/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Veldproef biologische quinoa 2015

De stijging in Europese consumptie van quinoa en de als gevolg hoge prijzen maken de lokale teelt van (biologische) quinoa ook in België interessant. Er zijn in Nederland een aantal quinoarassen veredeld die geschikt zijn voor onze regio. Het Waalse GILBEL bvba (Quinobel) ging contracten aan met landbouwers in België om deze rassen te telen. In 2015 werd in België een 110 ha quinoa geteeld, waarvan zo’n 70 ha biologisch of in omschakeling. Het overgrote deel hiervan groeide in Wallonië (info Quinobel).

Quinoa (Chenopodium quinoa) hoort thuis in de amarantenfamilie (Amaranthaceae) en is familie van spinazie en suikerbiet. De Nederlandse naam is ‘gierstmelde’ en het lijkt ook sterk op het onkruid melde of melganzenvoet. De teelt en verwerking vertoont veel gelijkenissen met de zomergranen zodat quinoa soms een ‘pseudograan’ wordt genoemd. De zaadjes worden gevormd in een bloeipluim en zijn ongeveer 2 mm groot. De quinoazaadjes hebben een hoge voedingswaarde en zijn tegenwoordig populair ter vervanging van rijst, pasta, …

Inagro deed een verkennende proef om de de waarde van de aangeboden rassen en de optimale strategie voor mechanische onkruidbestrijding te onderzoeken.

In het droge voorjaar van 2015 was meermaals wiedeggen voldoende voor een goede onkruidbestrijding. In Wallonië zijn er positieve ervaringen met de rotatieve wiedeg. Schoffelen kan misschien nodig blijken in een regenachtig voorjaar. Voor de geteste rassen was een tijdige zaai in (begin) april bepalend voor de opbrengst. Daarnaast is een goede planning van de oogst een kritiek punt van de teelt.
Jessie is een vroeg ras dat ondanks zijn gevoeligheid voor valse meeldauw een goede opbrengst behaalde, ongeacht zaai op 10 april of 13 mei. Ook de kans om op stam te kunnen dorsen was een pluspunt van dit ras. Bij de latere rassen Atlas en Pasto was maaien en nadien dorsen vanaf het zwad een vereiste. Om een droge oogst te verkrijgen gebeurt dit uit onze ervaring best vroeg, zeker voor half september. Pasto heeft bij een vroege zaai in begin april een hoger opbrengstpotentieel dan Jessie. Bij een late zaai in mei lijkt Jessie de beste keuze. Atlas en Riobamba toonden voorlopig weinig meerwaarde.
 
Lees het volledige verslag hier.
 
Meer info?
  • Karel Dewaele
    Afdeling biologische productie
    E_ karel.dewaele@inagro.be
    T_051 27 32 58
  • Veronique De Mey
    Afdeling energie, biomassa en innovatie
    E_ veronique.demey@inagro.be
    T_051 27 33 90
 

akkerbouw