/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Monitoring: de sleutel tot succes in de biologische plaagbeheersing

Momenteel loopt er een ADLO-demonstratieproject ‘Aanleren van monitoringstechnieken: de sleutel tot succes van biologische gewasbescherming in aardbei’. Het doel van dit project is om een correcte monitoring van de voorname aardbeiplagen te demonstreren en aan te leren aan telers. Op basis van deze monitoring kunnen dan de juiste curatieve ingrepen doorgevoerd worden om de plaagdruk onder controle te houden. 

Vorig jaar werden in het kader van dit project bij een teler en op Proefcentrum Pamel de teelt van doordragende aardbeien opgevolgd naar trips, spintmijt, Drosophila suzukii en bladluis. Deze monitoring bezorgde ons verrassende inzichten. Zo bleken het afgelopen jaar bladluizen bij doordragers zowel onder tunnel als in openlucht geen probleem te vormen. Ook trips en kasspintmijt bleken in beide teelten behoorlijk onder controle, soms wel met een verschillende strategie. Drosophila suzukii bleek onder tunnel geen schade te veroorzaken terwijl in openlucht er een ernstige aantasting optrad. In het teeltseizoen 2017 wordt dit project voortgezet. 

Image

Figuur 1: Monitoring D. suzukii op proefcentrum Pamel in een plastiek tunnel t.o.v. monitoring op een biologische proefbedrijf in openlucht

Image

Figuur 2: op bovenstaande figuur is duidelijk op te merken dat er van nature in het perceel voldoende nuttigen aanwezig waren om de populatie van bladluis onder controle te houden. 

Image

Figuur 3: drie weken na de aanwezigheid van spint is de natuurlijke roofmijtpopulatie in die mate aanwezig dat de spintpopulatie onder controle blijft.

Een goede plaagbeheersing begint bij een correcte monitoring

In de aardbeiteelt is er meer dan ooit nood aan monitoring van plagen en bestrijders. De teelt van junidragende aardbeirassen is t.o.v. van doordragers korter maar het is als biologische teelt wel belangrijker dan de doordragers. 

Het is van enorm belang om een plaag in een vroege fase van zijn ontwikkeling in het aardbeigewas op te merken. Het korte teeltverloop in het voorjaar maakt dat de inzet van biologische bestrijders zeer vroeg uitgevoerd dient te worden. Vervolgens moet op regelmatige basis de vestiging van de bestrijders en de opkomst van de plagen effectief opgevolgd  worden door middel van monitoring. Enkel zo kan je als teler realiseren dat je teelt gevrijwaard blijft van voelbare schade. Voornamelijk D. suzukii, spint en trips kunnen niet op een kostenefficiënte manier gecontroleerd worden wanneer ze reeds in grote aantallen aanwezig zijn en als ze schade aan het gewas of de vruchten verricht hebben. 
 
Workshop monitoring
Dit voorjaar organiseert proefcentrum Pamel op het proefcentrum een workshop monitoring. Tijdens een korte theoretische inleiding worden de voornaamste plagen en nuttigen kort overlopen en wordt de monitoringsstrategie toegelicht. Vervolgens gaan we het veld in, om ook in de praktijk de monitoring onder de knie te krijgen. 
 
Meewerken aan het project
Naast de workshop kan je ook actief deelnemen aan het project om zo een beredeneerde plaagbeheersing onder de knie te krijgen. Proefcentrum Pamel zoekt biologische aardbeitelers die hun medewerking willen verlenen aan het project. In totaal beogen we 10 telers te begeleiden bij het monitoren op de aanwezigheid van deze plaagorganismen. De opstart van de monitoring en het aanleren van de technieken gebeuren door Proefcentrum Pamel. Vervolgens wordt op regelmatige basis door de teler zelf gemonitord. De resultaten van de monitoring kunnen naar het proefcentrum gestuurd worden ter interpretatie en begeleiding. Het advies wordt vrijblijvend opgesteld na overleg met de eigen leverancier van biologische gewasbeschermingsmiddelen.
 
Meer info is terug te vinden op vlaamsbrabant.be/proefcentrumpamel
 
Image

Meer info?
Yves Hendrickx
Tel: 054/320846 
 
kleinfruit