/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Rassenproef prei winter biologische teelt 2015

In de biologische preiteelt is de rassenkeuze het voornaamste instrument ter beheersing van ziekten en sleet. De droogte in het begin van de teelt en de hoge ziektedruk door roest in het najaar waren in 2015 mede bepalend voor de opbrengst van deze rassenproef winterprei.


Teeltverloop

Voor de rassenproef biologische winterprei stelden de zaadhuizen 9 rassen voor. Atlanta is het enige zaadvaste ras. Voor Atlanta en Navajo (Vitalis) waren biologische zaden beschikbaar. Voor de overige rassen werden ‘niet chemisch behandelde’ (NCB) zaden uitgezaaid. De rassen werden op 8 april in open lucht uitgezaaid in rijen met 1 cm afstand in de rij en 18 cm tussen de rijen. De opkomst was matig met een gemiddelde opkomst van 60%.

Na een opkweekperiode van 85 dagen werden de planten op 2 juli getrokken en uitgeplant in vlakvelds geponste gaten met een afstand van 10 cm in de rij en 70 cm tussen de rijen. De voorteelt was een tijdelijke grasklaverweide. Als basisbemesting werd 30 ton/ha runderstalmest uitgereden. Het gewas groeide in een bodem met rijke stikstofvoorziening (half augustus 189 E in de laag 0-30 cm) en vertoonde weinig sleet. Er werd niet bijbemest.

De onkruidbestrijding gebeurde door middel van schoffelen, aanaarden en wiedeggen al dan niet in combinatie met vingerwieders. Gedurende de teelt werd preimot opgevolgd met behulp van feromonenvallen. Op basis van deze monitoring werd tweemaal behandeld gedurende de teelt (19 augustus en 4 september, Xentari). De droogte in het begin van de teelt werd vanaf half augustus enigszins verminderd door enkele regenperiodes maar ook het najaar verliep nog relatief droog en warm. Hierdoor bleef roest hardnekkig in het gewas. Vanaf januari werd het natter maar bleef het vrij zacht zodat de rassen zonder vorstschade de winter doorkwamen. De rassenproef werd geoogst op 16 februari, in de moeilijkste periode voor biologische winterprei. 

Image

Rassenbespreking
Atlanta BIO (Vitalis) ontwikkelde traag met een heterogeen, weinig opgericht gewas. Het blad is vrij smal en bleek. Atlanta was minder sterk tegen papiervlekkenziekte. Het hele seizoen was er iets minder sleet dan gemiddeld. De opbrengst was laag (15,4 ton/ha) met een kleine sortering en redelijk wat afval. Het uitzicht in de bak is niet zo goed vanwege de heterogeniteit, de open groeiwijze en wat bladbreuk. 
Aylton-F1 NCB (Nunhems) ontwikkelde zich gemiddeld met een vrij opgericht gewas. De ziektegevoeligheid was gemiddeld. De opbrengst was met 20,9 ton/ha matig. Het uitzicht in de bak is voldoende, met vrij donker blad maar met een lange aanloop. Net als vorig jaar is Aylton meer gevoelig voor schot dan de andere rassen (4,9 cm).
Kenton-F1 NCB (Nunhems) maakte een sterke gewasontwikkeling door en hield goed stand tot het einde van de teelt. Het gewas is donker en sterk opgericht. Kenton was gemiddeld gevoelig voor purper- en papiervlekken en minder gevoelig voor roest. De opbrengst was goed (24,1 ton/ha) met een gunstige sortering. Ook in de bak scoort Kenton goed dankzij het donkere blad dat gesloten en vast is. Er was weinig schot.
Krakatoa-F1 NCB (Syngenta) groeide vrij traag en weinig uniform. De planten zijn weinig opgericht met eerder smal blad. Krakatoa was minder sterk tegen roest. De opbrengst was laag (19,0 ton/ha) en klein van sortering. In de bak scoort Krakatoa gemiddeld met een vrij korte aanloopkleur en weinig schot.
Lancaster-F1 NCB (Uniseeds) liet net als vorig jaar een uniform gewas met grote groeikracht en weinig sleet zien. Het brede blad was gemiddeld tot weinig ziektegevoelig. Met 28,5 ton/ha haalde Lancaster een hoge opbrengst met een grote sortering. In de bak scoorde Lancaster matig door het bleke blad, open bladsluiting, lange aanloop en zichtbare tripsvlekken. Er was ook redelijk wat schot (3,1 cm).
Navajo-F1 BIO (Vitalis Biologische Zaden) kende een gemiddelde gewasontwikkeling en was matig sterk tegen sleet. Navajo was gevoelig voor roest en gemiddeld voor purper- en papiervlekkenziekte. De opbrengst was matig (20,9 ton/ha). In de bak heeft Navajo plus- en minpunten. De prei is vast en sterk opgericht maar is erg gevoelig voor bladbreuk. Ook door de nog zichtbare roestaantasting oogde de prei slordig.
Pluston-F1 NCB (Nunhems) ontwikkelde zich goed in het veld en liet een vrij uniform en opgericht gewas zien. Vanaf december was er iets meer sleet te zien. Pluston was vrij gevoelig voor purpervlekken en in mindere mate ook voor roest. De opbrengst was gemiddeld (23,3 ton/ha) met een goede sortering. Pluston scoorde voldoende in de bak met iets bleker blad en een lange aanloop. Er was aanzienlijke schot (3,8 cm).
TZ 03137-F1 NCB (Uniseeds) kende in het najaar een sterke gewasontwikkeling. Het gewas is grof met afhangende, zeer bleke en brede bladeren. De ziektegevoeligheid was gemiddeld. De opbrengst was hoog (26,8 ton/ha) met een grove sortering. Voor het uitzicht in de bak scoort dit ras onvoldoende. De bleke, ruwe prei is vrij los, heeft een open bladsluiting met gespleten toppen en lijkt daarom enkel geschikt voor verwerking.
Vitaton-F1 NCB (Nunhems) ontwikkelde gemiddeld in het veld met een matig uniform en (vooral voor de winter) opgericht gewas. De ziektegevoeligheid was gemiddeld, met bij de oogst weinig aantasting van roest. De opbrengst was gemiddeld (23,4 ton/ha) met nog een grote sortering. In de bak oogt Vitaton goed dankzij de goede vastheid, het donker en gesloten blad en de korte aanloopkleur. Als enige ras had het nog geen merkbare schot.
 
Klik op de tabel voor weergave:
Image
 
 
Besluit
De droogte in het begin van de teelt en de hoge ziektedruk door roest in het najaar zorgden in 2015 voor eerder moeilijke groeiomstandigheden voor de winterprei. De stikstofnalevering en de warme en droge omstandigheden tijdens het najaar en de vroege winter maakten dat het gewas alsnog bleef groeien en dat er van sleet weinig sprake was.
Kenton en Vitaton realiseren een behoorlijke opbrengst met een goede kwaliteit. Aylton en Pluston volgen maar vertoonden al iets meer schot. Beide hebben ook een lange aanloopkleur. Navajo was dit jaar minder door roestaantasting en breuk van het blad. Lancaster en TZ 03137-F1 hebben een grote groeikracht maar scoren kwalitatief slecht. De zaadvaste Atlanta kan zich niet meten met de hybrides.
 

Meer info?
Karel Dewaele (Inagro)
Tel: 051/27 32 58
E-mail: karel.dewaele@inagro.be

groenten