/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Emelten en ritnaalden terug actief

Na een periode van winterrust of trage groei, zijn emelten en ritnaalden in de grond nu terug actief. Emelten (larven van langpootmuggen) en ritnaalden (larven van kniptorren) zijn bodeminsecten die in het voorjaar schade kunnen doen aan diverse gewassen. Jonge planten van kolen, sla, aardbei of kiemplanten van bieten, zomergraan, erwten of bonen zijn gegeerde voedselplanten voor beide plagen. Emelten komen ’s nachts uit de grond naar boven om bladeren, wortelhals of stengeldelen aan te vreten en soms trekken ze ook plantendelen mee in de grond. In deze fase groeien ze zeer snel en omstreeks mei bereiken ze hun volle lengte van ongeveer 4 cm. Vanaf dan doen ze geen schade meer. Afhankelijk van de soort gaan ze dan in een ontwikkelingsrust of verpoppen ze om nog een tweede generatie voort te brengen. Emelten kunnen tot 11 maanden in de bodem verblijven maar de periode waarin ze economische schade doen aan gewassen is beperkt tot 2 à 3 maanden. Ritnaalden groeien veel trager dan emelten, verblijven langer in de bodem en kunnen zowel in het voorjaar als in het najaar schade doen. In het voorjaar tasten ze vaak het ondergrondse deel van stengels aan waardoor planten kunnen verwelken en afsterven. Net als emelten zijn ze in de zomer niet actief en migreren ze naar diepere bodemlagen. In het najaar vreten ritnaalden gangen in knol- of bolgewassen met kwaliteits- en opbrengstverlies als gevolg.

De mogelijkheden voor een biologische bestrijding van emelten en ritnaalden zijn beperkt en vereisen verder onderzoek. Mogelijke preventieve cultuurmaatregelen bestaan erin de populatiegroei te reduceren (bv. via grondbewerkingen) en/of voorjaarsplantingen van gevoelige gewassen te vermijden. Om het risico op ritnaalden en/of emelten in te schatten, bestaan er bemonsteringsmethoden die al in de praktijk zijn uitgetest en nu kunnen worden uitgevoerd. Inagro bemonstert in het kader van het lopende CCBT-project rond bodemplagen, meerdere percelen in West- en Oost-Vlaanderen en in Vlaams-Brabant.


Heeft u zelf voorjaarsteelten waarin u regelmatig schade ondervindt van emelten of ritnaalden? Door percelen nu te bemonsteren, kan u een idee krijgen van de aanwezigheid van emelten of ritnaalden in de bodem. Voor een bemonstering door Inagro of voor meer info, kan u contact opnemen met Femke Temmerman (femke.temmerman@inagro.be; tel. 051/27 32 51).

 

akkerbouw
groenten