Skip to main navigation
Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Thema's
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projecten
  • Praktijkcentra
  • Onderzoeksdatabank
  • Over CCBT
  • Contact
Sorteeropties
  • en
  • nl
Menu

Kruimelpad

  1. Home
  2. Nieuws
  3. W&W Houdt Biotelers Waakzaam Voor Plagen In Groenten

W&W houdt biotelers waakzaam voor plagen in groenten

15/04/2026
Femke Temmerman (Inagro), Sander Fleerakkers (PSKW), An Van de Walle (Viaverda)

beschutte teelt

groenten

De waarschuwingsdienst ‘W&W biogroenten’ ondersteunt biologische groentetelers bij het opvolgen van ziekten en plagen volgens IPM‑principes. Inagro, PSKW en Viaverda voeren hiervoor waarnemingen uit op biologische bedrijven en sturen om de twee weken een waarschuwingsbericht. Met het afgelopen CCBT-project 'W&W Biogroenten openlucht en tunnel' hebben we de bestaande dienstverlening verder versterkt en uitgebouwd.

In 2024 en 2025 monitorden we van april tot oktober een 20-tal plagen op 16 locaties waarvan 11 bedrijven met groenten in openlucht, 2 bedrijven met vruchtgroenten in tunnels en de 3 proefsites van de praktijkcentra. Hiermee bereiken we een goede regionale spreiding in Vlaanderen (behalve Limburg).

Naast teeltspecifieke plagen volgden we ook polyfage plagen en natuurlijke vijanden, die beide een vaste rubriek kregen in het bericht. De opmaak en verzending van de berichten verloopt nu efficiënt via een gezamenlijk online platform. Tenslotte werd het aanbod aan plaagherkenningsfiches en de plaagkalender verder uitgebreid, zodat telers ook zelf op hun bedrijf plagen nog meer proactief kunnen opvolgen (je vindt ze onderaan dit bericht).

Ondertussen is het nieuwe W&W seizoen terug opgestart! Schrijf je dus zeker in voor de gratis berichten!

Uitbreiding met groenten in tunnel

Biotelers met vruchtgroenten onder beschutting kunnen beroep doen op teeltadvies door Viaverda. Maar een waarschuwingssysteem met structurele opvolging van plagen was er voor deze sector nog niet. Bovendien hebben veel korteketenbedrijven ook teelten in tunnel of serre. Een uitbreiding van de waarschuwingen met vruchtgewassen biedt zo een meerwaarde voor de hele bio groentesector.

W&W foto 1
Figuur 1: Waarschuwingsbericht voor biogroenten.

Jaaroverzicht ziekten en plagen in 2024

In 2024 zorgden de natte voorjaarsomstandigheden voor verlate plant- en zaaidata. Bij sommige plaagsoorten zagen we hierdoor ook een vertraging in de ontwikkeling van de eerste generatie of in de eerste kolonisatiefase op gewassen. Voor de bonenvlieg en slakken waren de condities in het voorjaar bijzonder gunstig. Ook ziekten die vochtige condities vereisen, ontwikkelden goed.

bonenvlieg
Foto 1: Schadebeeld door bonenvlieg aan een kiemplant op 29 april 2024.

 

In tunnels was er aantasting door Mycosphaerella en valse meeldauw in komkommer en in tomaten trad Phytophthora en Botrytis meer op tegen het einde van het seizoen. In openluchtgroenten tekende seizoen 2024 zich door een hoge druk van Septoria bladvlekken in selder en van Alternaria in koolgewassen.

Jaaroverzicht ziekten en plagen in 2025

Seizoen 2025 startte met een vroege opbouw van bladluispopulaties in verschillende gewassen. In de zomer namen vooral spint, trips, aardvlo en witte vlieg sterk toe. Ook enkele schadelijke wantsen worden vaker waargenomen. De warme nazomer zorgde voor een hoge druk van roest in prei en gunstige omstandigheden voor de laatste generatie wortel- en seldervlieg. In tunnels stak in het najaar Cladosporium de kop op in tomatenplanten.

Stap vooruit in monitoring van bonen- en uienvlieg

Zowel bonen- als uienvlieg (synoniem: preivlieg) kunnen schade veroorzaken in gezaaide teelten prei en ui. De schadebeelden lijken sterk op elkaar, al tast bonenvlieg vooral zaden aan (voor opkomst), terwijl uienvlieg eerder jonge (kiem)planten aantast (na opkomst). Beide plagen kunnen we monitoren met blauwe vangplaten. In 2024 nam PSKW vanaf half april bonenvliegen waar. Op het proefbedrijf bij Inagro was er schade door de maden bij opkomst van lupinen, uien en spinazie.

preivlieg
Foto 2: Preivlieg kan zorgen voor wegval van gezaaide prei en ui na opkomst.

 

In 2025 gebruikten we voor het eerst vangplaten van Andermatt in combinatie met een lokstof. Door een aangepaste positionering van de vallen verhoogden we de vangstaantallen van bonen- en uienvlieg. De lokstof bleek vooral uienvlieg aan te trekken. Zo liet de monitoring begin mei een sterke piek zien van uienvlieg (Figuur 2). De bonenvlieg was gedurende een langere periode actief, van eind april tot begin juni.

waarnemingen
Figuur 2: Verloop waarnemingen van preivlieg en bonenvlieg in Sint-Katelijne-Waver in 2025.

 

Voorjaarsweer en planttijdstip bepalen koolvlieg druk

Van de koolvlieg monitoren we vooral de eileg bij jonge koolplanten. PSKW monitort ook de adulten met lokvallen. De eerste vlucht start meestal half april. In 2024 en 2025 zagen we dat ook, al verschilde de piek in eileg tussen beide jaren. In 2024 viel deze door het koude en natte voorjaar pas eind mei, twee à drie weken later dan normaal. In 2025 piekte de eileg eind april in vroege plantingen en 2e helft mei tot in juni in de latere plantingen. In regio Antwerpen beperkte de hoogste koolvliegdruk zich tot eind april - begin mei.

Rupsen in kolen: ken de soorten en schadeperioden

Verschillende vlinders leggen eitjes in koolgewassen. Omdat het schadepotentieel van de rupsen verschilt, maken we bij de gewasscouting onderscheid tussen de soorten. Koolmot en kooluil volgen we ook op met feromoonvallen.

De koolmot toonde piekvangsten rond 10 en 24 juni met gemiddeld 125 (2024) en 94 (2025) motjes per val. Eind juni en begin juli vonden we veel rupsen in o.a. bloemkool, broccoli en spruitkool. Afhankelijk van het gewasstadium is een bestrijding dan aangewezen.

Koolwitjes waren in 2024 pas laat in de zomer talrijker aanwezig. In 2025 waren ze van juli tot september actief. Ze komen vaak onder wild- of duivennet terecht doordat ze dagactief zijn, in tegenstelling tot de nachtvlinder kooluil. Rupsen van de kooluil kunnen tot oktober voor schade zorgen, vooral in savooikool.

Variabel optreden van koolgalmug en preimot

De koolgalmug en preimot zijn niet overal een gevreesde plaagsoort. Hun aanwezigheid is sterk locatie- en teeltplanafhankelijk. Koolgalmug monitoren we daarom enkel op plaatsen met hoge, gekende druk. In 2024 vingen we maar weinig adulten met feromoonvallen, maar was er toch veel schade op percelen in Sint‑Katelijne‑Waver en Kampenhout. In 2025 verhoogden we daarom de feromoondosis, wat een betere link gaf tussen vangsten en schade. We vingen koolgalmug vanaf juni met de hoogste aantallen van half juli tot begin augustus. Op beide percelen bleef de schade beperkt.

Ook preimot toont slechts lokaal hogere vangsten in juni en september. In 2024 zagen we weinig schade door de rupsen. In 2025 zagen we opmerkelijk veel schade in prei die eind september of begin oktober geoogst werd. De inwendige vraatgangen waren pas zichtbaar bij het pellen.

preimot
Foto 3: Rupsen van preimot, soms meerdere per plant, kunnen zich tot diep in prei schacht boren.  

 

Teeltseizoen 2025 startte met hoge bladluisdruk

In 2024 waren er in vruchtgewassen weinig bladluisproblemen, behalve vroeg in aubergine. Voorjaar 2025 startte met gunstige condities voor bladluizen. Dit gaf ook natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes, sluipwespen, Orius en gaasvliegen een sterke impuls. Vanaf juni zorgden deze voor een goede onderdrukking.

In openlucht zien we al enkele jaren een stijgende trend van melige koolluis. In 2024 kwam de opbouw trager op gang, maar vanaf eind juli namen de aantallen sterk toe. Van half augustus tot begin september was de druk het hoogst. In 2025 was er een veel sterkere populatie opbouw in het voorjaar. Het risico op schadegevallen was hierdoor hoger, ondanks de sterke reactie van een leger natuurlijke vijanden, vooral op niet-geïrrigeerde percelen en aan het eind van de zomer. In september daalt de activiteit van veel nuttigen waardoor de populatie melige koolluis terug kan opflakkeren. We zagen daardoor vooral schade in kolen geoogst tussen september en november. In spruitkool bleef de druk aanhouden tot eind oktober, zowel in 2024 als 25.

Meer spint en aardvlo in 2025

In 2025 zorgde de kasspintmijt voor schade in komkommer en aubergine. De hoge temperatuur en lage luchtvochtigheid in juli zorgde voor een snelle voortplanting van deze plaag in tunnels en kassen. De aantasting nam nog toe in augustus. Dit leidde tot aanzienlijk kwaliteitsverlies van de vruchten. In 2024 zagen we slechts op één locatie aantasting door spint op aubergine en dit pas laat op het seizoen.

spint
Foto 4: Schade door spint op komkommer met zichtbare webvorming op de bladeren.

 

In openlucht zorgde de warme, droge zomer in 2025 voor een hoge druk van aardvlooien. Ze veroorzaken vooral schade aan jonge koolplanten en aan bladkolen zoals paksoi en Chinese kool. Vanaf mei tot september waren de kevers talrijk aanwezig. In 2024 namen de aantallen pas vanaf juli toe. Vanaf oktober zoeken de kevers beschutte overwinteringsplaatsen op rond de percelen om te overwinteren.

Schadelijke wantsen in opmars

De Zuidelijke groene stinkwants zijn inmiddels geen onbekende gast meer in tunnels. In 2024 signaleerden we de wantsen in september en oktober op aubergine en paprika. In 2025 namen we ze al eind juli waar en tegen september waren volwassen exemplaren en nimfen massaal aanwezig. De zuigschade leidt tot vlekken op de vruchten van paprika, aubergine en komkommer. Handmatig wegvangen blijft voorlopig de meest effectieve oplossing. Het uitzetten van nuttigen staat nog niet op punt.

wantsen
Foto 5: Nezara wantsen in verschillende stadia op paprika.

 

In openlucht zorgen blindwantsen in selder voor meer problemen. In warme weken in de zomermaanden vingen we hoge aantallen op de vangplaten. Vooral in augustus was de druk hoog en trad veel schade op. De wantsen veroorzaken bruine stengelstrepen en misvormde stengels en bladeren. Vooral in 2025 bleken de vangsten perceelsafhankelijk.

In koolgewassen zagen we ook een nieuwe, nog onbekende soort, met name de koolwants Eurydema oleracea. Op één perceel viel hun aanwezigheid op maar leek deze weinig schade te veroorzaken.

Sterke najaarsgeneratie van wortelvlieg

De wortelvlieg heeft in onze regio’s drie generaties. Bij de eerste vlucht in mei en juni waren de vangsten in beide jaren laag. In juli toonde de tweede vlucht zich op enkele percelen. Bij de derde vlucht in september en oktober vangen we de hoogste aantallen, met piekvangsten tot meer dan 100 wortelvliegen per val. Op percelen met zo’n hoge vangsten raadden we aan om vóór begin oktober te oogsten.

De seldervlieg kent maar twee generaties en veroorzaakt schade aan het blad. In mei is de eerste vlucht, die doorgaans de meeste schade veroorzaakt, zowel in 2024 als 2025. De schade groeide er echter twee jaar snel genoeg uit bij veel teelten. Na hun zomerrust ontwikkelt zich nog een tweede generatie in oktober. In 2024 was deze tweede generatie zeer beperkt.

Handige tools voor telers om zelf plagen op te volgen

Tweewekelijkse waarschuwingen zijn een minimum als frequentie. Daarom kan je als teler best ook zelf de plaagdruk op je perceel opvolgen. Om telers hierbij te ondersteunen, stelden we de plaagkalender samen en maakten we herkenningsfiches voor plagen op.

  • De plaagkalender geeft een overzicht van de meest voorkomende plagen in groenten en hun tijden van piek- of verminderde activiteit. In 2025 voegden we de plagen in vruchtgewassen toe aan de openlucht groenten. Download de kalender hier.
  • We vulden ook het aanbod van plaagfiches verder aan met 6 nieuwe plaagsoorten. Hierbij zitten ook minder bekende plagen zoals de knollenbladwesp. De fiches zijn opgemaakt in Microsoft Sway en via de links online te raadplegen. Ze bevatten veel foto’s en worden ook op een smartphone goed weergegeven.
    • Plaagfiche Kasspintmijt
    • Plaagfiche Zuidelijke groene stinkwants
    • Plaagfiche Coloradokever
    • Plaagfiche Preimineervlieg
    • Plaagfiche Koolvlieg
    • Plaagfiche Knollenbladwesp

Via deze link kan je inschrijven om de waarschuwingsberichten voor biogroenten te ontvangen!

Voor meer details over de waarnemingen in dit project kan je de technische verslagen er ook op naslaan:

  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen 2024 PSKW
  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen 2025 PSKW
  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen 2024 Inagro
  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen 2025 Inagro
  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen tunnel 2024 Viaverda
  • Technisch verslag W&W BIO waarnemingen tunnel 2025 Viaverda

 

Meer info?
Openlucht groenten, regio West-Vlaanderen: Femke Temmerman - femke.temmerman@inagro.be - 051 27 32 53
Openlucht groenten, regio Antwerpen: Sander Fleerakkers - sander.fleerakkers@proefstation.be - 0473 35 35 24
Beschermde teelt vruchtgroenten: An Van de Walle - an.vandewalle@viaverda.be - 0496 27 10 22

 

logo ccbtproject   logo inagro   logo proefstation   logo viaverda

 

Verwante projecten
W&W Biogroenten openlucht en tunnel

Zoek per categorie

herkauwers
pluimvee
varkens
pitfruit
kleinfruit
akkerbouw
beschutte teelt
kruiden
sierteelt
groenten
bodemvruchtbaarheid
biodiversiteit
energie
onderzoek & beleid
projectoproepen

Agenda

Info-avonden Landwijzer beroepsopleiding bio en biodynamische landbouw
25/03/2026
Biologische veeteelt: een rolmodel voor de toekomst van de veehouderij?
28/04/2026
LLAEBIO kijkt vooruit!
07/05/2026
Mini Symposium bio-onderzoek 2026
03/06/2026
ILVO studiedag Nieuwe Teelten
18/06/2026
BioVelddag Nederland
01/07/2026
› meer activiteiten

website door startx

CCBT vzw
Tel: +32 9 331 60 85
Mail: info@ccbt.be
Schaessestraat 18, 9070 Destelbergen

Footer-menu

  • Nieuws
  • Over CCBT
  • Praktijkcentra

Met de steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid.

Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Thema's
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projecten
  • Praktijkcentra
  • Onderzoeksdatabank
  • Over CCBT
  • Contact
  • Inloggen