Skip to main navigation
Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Thema's
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projecten
  • Praktijkcentra
  • Onderzoeksdatabank
  • Over CCBT
  • Contact
Sorteeropties
  • en
  • nl
Menu

Kruimelpad

  1. Home
  2. Nieuws
  3. Droog Seizoen Zorgt Voor Shifting In Rassenproef Late Herfstprei

Droog seizoen zorgt voor shifting in rassenproef late herfstprei

12/05/2026
Joran Barbry, Lieven Delanote, Philippe France (Inagro)

groenten

De opbrengst in deze rassenproef biologische late herfsprei is met 27,5 ton aan de lage kant. Een voorjaarssnede van voorteelt grasklaver onttrok mogelijk een belangrijke hoeveelheid vocht en/of nutriënten. We zien onder deze omstandigheden een duidelijke shifting tussen de rassen.

Teeltverloop

De preiplanten werden opgekweekt op het Proefbedrijf Biologische Landbouw van Inagro. Er werd gezaaid op 17 maart, onder een plastic tunnel, aan een dichtheid van 86 zaden per meter en op een zaaidiepte van 1,5 cm. Voor de rassen Cherokee, Darter, Gent, Krypton, Nunton, Oslo en Sevino werd biologisch zaad gebruikt. Voor de overige rassen werd niet-chemisch behandeld zaad ingezet. De rassen Gent en Sevino zijn zaadvast.

Tabel 1: De verschillende uitgeteste rassen.
tabel 1 herfstprei

Het perceel kende als voorteelt grasklaver. Na een eerste snede begin mei werd deze vernietigd met een mulchfrees en enkele ondiepe bewerkingen met de precisiecultivator. Op 9 mei werd 25 ton per hectare vaste rundermest toegediend. Op 12 juni maakten we het veld plantklaar met een diepe bodembewerking met Dent Michel-tanden, gecombineerd met een rotoreg. De prei werd geplant in vlakvelds geponste gaten, met een plantafstand van 10 cm in de rij en 70 cm tussen de rijen. Tijdens de teelt zetten we intensief in op mechanische onkruidbestrijding met precisiewiedeg en schoffelbalk, aangevuld met handwerk waar nodig. Door de aanhoudende droogte in augustus werd het perceel tweemaal beregend met telkens 30 l/m².

Algemeen viel de gewasontwikkeling en groei tegen in vergelijking met voorgaande jaren. Door nog een snede van de voorteelt grasklaver te oogsten, werd mogelijks een deel van het beschikbare vocht afgevoerd, waardoor de jeugdgroei vertraagd werd. We konden deze groeiachterstand niet inlopen door te irrigeren in augustus. We oogstten de prei op 27 november. Slechts 2 rassen halen een opbrengst van meer dan 30 ton/ha. Voorgaande jaren werd die kaap door een groter aandeel van de rassen gehaald. De gemiddelde opbrengst van de proef is met 27.5 ton/ha dan ook eerder laag. Een eerste beoordeling in de bak na wassen gebeurde op 4 december. Op 12 december volgde een tweede beoordeling na een bewaring van 2 dagen bij 2°C en 7 dagen bij 7°C.

Tabel 2: Proefverloop.
tabel 2 herfstprei

 

Nieuwe rassen tonen potentieel in moeilijke groeiomstandigheden

ASR 60.0038 F1 (Storm Seeds) haalde een ondergemiddelde marktbare opbrengst van 24,1 ton/ha. In het veld was de stand gemiddeld en de uniformiteit eerder middelmatig. Ook de groeiwijze was minder sterk opgericht dan bij de beste rassen. Eind september was de tripsdruk gemiddeld. Het ras scoorde redelijk goed op sleetgevoeligheid, maar is zeer gevoelig voor roest. In de sortering hadden de meeste planten een diameter van 2–3 cm, en had 12% van de planten een kleinere diameter. In de bak was het algemeen uitzicht gemiddeld. De prei had een mooie witkleur en was het wit-aandeel was behoorlijk hoog (±76% van de stamlengte). Na bewaring scoorde het ras rond het gemiddelde voor houdbaarheid, en had 40% van de planten rotte bladeren.

Cherokee F1 (Vitalis Biologische zaden) kwam uit op een marktbare opbrengst van 28 ton/ha en scoorde daarmee net boven het proefgemiddelde. In het veld viel vooral de goede uniformiteit en sterk opgerichte groeiwijze op. De stand was degelijk. Tripsdruk eind september zat rond het gemiddelde. Cherokee scoorde gemiddeld op sleetgevoeligheid en aantasting door roest, papiervlekken en purpervlekkenziekte. De sortering zat gemiddeld met 51% van de planten met een diameter tussen 2 en 3 cm en 35% haalde een diameter van 3 tot 4 cm. In de bak was het algemeen uitzicht eerder zwak en de witkleur wat minder overtuigend dan bij de toppers. De houdbaarheid na bewaring zat iets boven gemiddeld met 20% van de planten die rotte bladeren kreeg.

Cuda F1 (Novisem) behaalde 27,3 ton/ha marktbare opbrengst, met een degelijke veldstand en goede uniformiteit. De groeiwijze was gemiddeld opgericht en de tripsdruk eind september was iets zwaarder dan gemiddeld. Het ras scoorde sterk op sleetgevoeligheid en had goede scores voor purpervlekken en papiervlekken maar kreeg naar het eind van de teelt toe wel redelijk wat roestaantasting. Het grootste deel van de planten (56%) haalde een diameter tussen 2 en 3 cm en 29% groeide tot 3 à 4 cm doorsnede. In de bak was het uitzicht middelmatig en opvallend veel planten met schot wanneer die voor beoordeling doorsneden werden. Na bewaring scoorde Cuda iets onder het gemiddelde op houdbaarheid. Het percentage planten met rotte bladeren liep op tot 60% na bewaring.

Darter F1 (Bejo) haalde een marktbare opbrengst van 28 ton/ha. In het veld scoorde het ras hoog op stand en had het een goede uniformiteit en een opgerichte groeiwijze. Voor tripsdruk scoorde het ras bovengemiddeld bij elke beoordeling. Darter had goede sleet-scores en bleef ook voor roest-, papiervlekken- en purpervlekkenaantasting overwegend gunstig. De sortering was gemiddeld: 52% van de planten had een diameter tussen 2 en 3 cm en 33% haalde 3 à 4 cm. In de bak was haalde Darter van alle rassen de beste score voor algemeen uitzicht, met goede plantkenmerken. De schachtkenmerken en de witkleur waren gemiddeld. Na bewaring viel het ras positief op met goede houdbaarheid.

E65B.108 F1 (Enza) bleef steken op een lage marktbare opbrengst van 23 ton/ha. In het veld was de stand gemiddeld over alle parameters. De tripsdruk bleef beperkt over alle beoordelingstijdstippen. Het ras scoorde gemiddeld op sleetgevoeligheid en op ziekteaantasting door roest, purpervlekken en papiervlekken. In de sortering zat wel een duidelijk hoger aandeel van de planten met een diameter kleiner dan 2 cm (19%), het hoogste aandeel planten had een diameter tussen 2 en 3 cm (56%) en slechts 20% haalde de een diameter van 3 à 4 cm. In de bak was het uitzicht middelmatig, maar het wit-aandeel was hoog. Na bewaring was de houdbaarheid licht onder gemiddeld, waarbij 60% van de planten rotte bladeren kreeg.

Gent (Novisem) haalde 24,1 ton/ha marktbare opbrengst. Dit is significant lager dan de hybrides, maar alsnog behoorlijk. In het veld scoorde het ras duidelijk zwakker op stand en had het een minder uniforme indruk. De groeiwijze was wel redelijk. De tripsdruk was redelijk hoog over alle beoordelingstijdstippen. Gent haalde de laagste scores naar sleetgevoeligheid toe met vooral een vrij hoge roestaantasting vanaf tweede helft september. Ook voor purpervlekken en papiervlekken scoorde het ras zwakker dan gemiddeld. Iets meer dan de helft van de planten haalde een diameter tussen 2 en 3 cm en ongeveer 15% van de planten bleef steken op een diameter kleiner dan 2 cm. In de bak was het algemeen uitzicht zwak, met een lange stam en een relatief laag wit-aandeel. Na bewaring zat Gent onder het gemiddelde voor houdbaarheid.

Krypton F1 (Nunhems) behaalde 28,6 ton/ha marktbare opbrengst, net boven het proefgemiddelde, maar in het veld was de stand minder goed, vooral door een lichtere bladkleur en lagere uniformiteit dan de toppers. De groeiwijze was wel gemiddeld opgericht. De tripsdruk was voor alle beoordelingstijdstippen vrij hoog. Krypton scoorde minder goed op sleet, en zowel de roest- als de papiervlekken- en purpervlekkenaantasting was hoger dan gemiddeld.  De sortering is grof: 46 % van de  planten haalde een diameter van 3–4 cm , 37 %2–3 cm  en  8 % bleef kleiner dan 2 cm. In de bak was het uitzicht  licht onder het gemiddelde, met goede witlengte en een gemiddeld wit-aandeel. Na bewaring zat de houdbaarheid lager in vergelijking met het proefgemiddelde. Tot 60% van de planten had rotte bladeren na de bewaring.

Maxton F1 (Nunhems) had met met 31,7 ton/ha de tweede hoogste marktbare opbrengst in de proef. In het veld was de stand gemiddeld, uniformiteit degelijk en groeiwijze goed opgericht. De  tripsdruk was gemiddeld, maar eerder hoog naar einde van de proef in november. Maxton was gemiddeld sleetgevoelig, en ziekte-aantasting was licht zwaarder dan gemiddeld. De sortering is duidelijk aan de grovere kant: 43% van de planten had een diameter van 3-4 cm en zelfs 3% kwam uit op meer dan 4 cm, met een laag aandeel  dat kleiner bleef dan 2 cm doorsnede (9%). In de bak was het algemeen uitzicht eerder zwak, maar de witlengte was goed. Na bewaring zat de houdbaarheid eerder zwakker.

Nunton F1 (Nunhems) haalde 28 ton/ha en zit zo rond het proefgemiddelde. In het veld was de stand, uniformiteit en groeiwijze gemiddeld goed. De tripsdruk bleef doorheen het seizoen iets zwaarder dan gemiddeld. Het ras scoorde redelijk op sleetgevoeligheid en bleef ook voor roest-, papiervlekken- en purpervlekkenaantasting gunstig. Het grootste aandeel van de planten had een diameter tussen 2 en 3 cm (56%) en 32% van de planten kwam tot 3à4 cm doorsnede. In de bak scoorde Nunton goed op algemeen uitzicht en had het een mooie witlengte. Na bewaring scoorde Nunton goed qua houdbaarheid.

Oslo F1 (Vitalis) kwam uit op 28 ton/ha, dus rond het gemiddelde. In het veld scoorde Oslo sterk op stand en uniformiteit en had het een mooie, opgerichte groeiwijze en een donkere bladkleur. Op tripsdruk scoorde Oslo goed voor alle beoordelingsmomenten. De sleetgevoeligheid was gunstig en de ziekte-aantasting bleef beperkt wat roest en purpervlekken betreft. Voor papiervlekken scoorde Oslo gemiddeld. De sortering was eerder fijn-midden met 61% van de planten met een diameter tussen 2 en 3 cm en 28%  die een doorsnede haalde van 3à4cm. In de bak was het uitzicht behoorlijk, met een hoog wit-aandeel (79% van de stamlengte). Na bewaring zat Oslo rond het gemiddelde voor houdbaarheid.

Rapton F1 (Nunhems) haalde 29 ton/ha. In het veld was de stand degelijk en de groeiwijze sterk opgericht. Naar tripsdruk scoorde het ras gemiddeld. Rapton scoorde zeer goed op sleetgevoeligheid en had ook sterke scores voor roest-, papiervlekken- en purpervlekkenaantasting. De sortering was vrij grof; 44% van de planten had een diameter tussen 2 en 3 cm en 41% haalde een doorsnede van 3 à 4 cm. In de bak was het algemeen uitzicht goed, met sterk blad en correcte witlengte. Ook na bewaring scoorde Rapton goed op houdbaarheid.

Sevino (Bingenheimer saatgut) bleef qua opbrengst achter met 21,0 ton/ha marktbaar. In het veld was de stand zwakker en uniformiteit minder; de groeiwijze was gemiddeld en ook de tripsdruk was algemeen hoger dan bij de meeste andere rassen. Het ras was redelijk sleetgevoelig, met vrij veel aantasting door roest, purpervlekken en papiervlekkenziekte. De sortering is duidelijk fijner met het hoogste aandeel (20%) van de planten met een diameter kleiner dan 2 cm en slechts 17% van de planten haalde een doorsnede van 3 tot 4 cm. In de bak was het algemeen uitzicht zwak, met langere stam en lager wit-aandeel. Na bewaring zat Sevino onder gemiddeld qua houdbaarheid en vertoonde tot 70% van de planten rotte bladeren.

Turin F1 (Enza) was de uitgesproken opbrengsttopper met bijna 36 ton/ha marktbare opbrengst. In het veld scoorde het ras zeer goed op stand, uniformiteit en groeiwijze, met een degelijke trips-score  over de verschillende beoordelingstijdstippen. Turin was sterk qua sleet en bleef ook voor roest, papiervlekken en purpervlekken goed scoren. De sortering was duidelijk grof: veel planten haalden een diameter van 3–4 cm (49%) en slechts een laag aantal (5%) bleef onder de 2cm doorsnede. In de bak was het algemeen uitzicht goed, met een mooie witlengte. Ook qua houdbaarheid scoorde Turin goed na de bewaring.

Besluit

In het droge seizoen 2025 kostte de voorjaarssnede van de grasklaver die werd gemaaid voor de prei opbrengst. In de gegeven omstandigheden hielden de snelle groeiers Turin en Maxton goed stand en realiseerden ze de hoogste opbrengst. Deze twee rassen komen in beeld om Krypton te vervangen in de industrieteelt. Bij de rassen voor late herfst verse markt bevestigt Rapton. Ook Darter en Oslo houden stand.

foto 1 herfstprei
Figuur 1: Turin haalde de hoogste opbrengst en had een goeie kwaliteit.

Tabel 3: Resultaten van de rassenproef.
tabel 3 herfstprei

 

Meer info?
joran.barbry@inagro.be

 

Verwante projecten
Rassen prei

Zoek per categorie

herkauwers
pluimvee
varkens
pitfruit
kleinfruit
akkerbouw
beschutte teelt
kruiden
sierteelt
groenten
bodemvruchtbaarheid
biodiversiteit
energie
onderzoek & beleid
projectoproepen

Agenda

Webinar: Hoe en waarom fermenteren van diervoeder?
26/05/2026
Mini Symposium bio-onderzoek 2026
03/06/2026
Hoe kunnen lokale landbouwers en horeca elkaar versterken?
09/06/2026
Info-avonden Landwijzer beroepsopleiding bio en biodynamische landbouw
16/06/2026
ILVO studiedag Nieuwe Teelten
18/06/2026
Biovelddag Inagro & 25 jaar proefbedrijf biologische landbouw
23/06/2026
› meer activiteiten

website door startx

CCBT vzw
Tel: +32 9 331 60 85
Mail: info@ccbt.be
Schaessestraat 18, 9070 Destelbergen

Footer-menu

  • Nieuws
  • Over CCBT
  • Praktijkcentra

Met de steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid.

Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Thema's
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projecten
  • Praktijkcentra
  • Onderzoeksdatabank
  • Over CCBT
  • Contact
  • Inloggen