Bessenbladwesp: we kunnen je (bijna) niet meer missen!
De bessenbladwesp is in de biologische teelt een uitdagend insect! Op korte tijd vreten de larven volledige planten kaal, waaronder stekelbessen, rode bessen en zelfs de jostabes! Pcfruit zocht in het CCBT-project ‘Pak Ribessi’ naar mogelijkheden om de wedstrijd tegen dit insect te winnen.
Bessenbladwesp (Nematus ribessi)
De bessenbladwesp overwintert als larve in een cocon in de grond en start haar vlucht in maart. Ze is 6-7 mm groot (Foto 1). Eitjes worden aan de onderkant van het blad afgelegd (Foto 2). De jonge larven blijven daardoor even onopgemerkt tot ze zich een weg naar boven/buiten vreten. Gedurende april en mei vreten de larven aan de bladeren, waarna ze opnieuw verpoppen in de grond. De tweede generatie kan ook in de zomermaanden nog veel schade aanrichten (Foto 3).

Rugaanzicht en buikaanzicht.
van het blad.
Kleine bessenbladwesp (Pristiphora appendiculata)
Ook merkten we dit jaar de kleine bessenbladwesp op. Die is kleiner dan de gewone en heeft geen typische gele buik (Foto 4). De eitjes worden gelegd tussen de bladeren (Foto 5), waarvan de larven later ook eten. Zij zijn groener (Foto 6) en hebben geen typische zwarte markeringen zoals de bessenbladwesp. Ze verpoppen in een donkere cocon tussen de bladeren of in de grond (Foto 7). Adulten zijn 4,5 tot 5,5 mm groot en er zijn meerdere generaties mogelijk afhankelijk van de temperatuur.
Er bestaat nog een derde bladwesp, namelijk de Nematus leucotrochus. Die heeft maar één generatie en komt minder frequent voor.

mannetje kleine bessenbladwesp (rechts).


Intensieve monitoring
In 2024 werd de bessenbladwesp in biologische bessenteelten opgevolgd met een intensieve monitoring met gele lijmbanden (Foto 8) en een feromoonval (Foto 9). Zodra de gele lijmbanden op 14/03/2024 werden opgehangen, waren de aantallen al zeer hoog.


Daarom vermoedden we dat de vlucht eerder startte. Op acht gele vangbanden van een meter werden in totaal 499 bessenbladwespen (mannetjes en vrouwtjes) gevangen. Daarnaast werd in het proefperceel één feromoonval gehangen waarin 552 mannelijke bessenbladwespen werden gevangen. De eerste vangsten in de feromoonval dateren van 1/5/2024 en waren duidelijk gerelateerd aan de omgevingstemperatuur. Die info vormde het uitgangspunt voor de verdere verfijning van monitoring en biologische beheersing in het tweede jaar. Door de hoge aantallen is het mogelijk dat de kleine bessenbladwesp vorig jaar niet goed werd opgemerkt. In 2025 was de druk veel lager in datzelfde proefperceel. Op 6/3/2025 startte de eerste vlucht, opnieuw waargenomen op dezelfde soort gele lijmbanden. Daarop werden in totaal 94 bladwespen gevangen (mannetjes, vrouwtjes en de kleine soort).
De kleine bessenbladwesp was vroeg op het voorjaar actief (Figuur 1). Met de feromoondop werden de eerste wespen gevangen op 17/4/2025 en op een andere proeflocatie op 19/03/2025. In totaal werden 39 mannelijke kleine en gewone bessenbladwespen gevangen. Op vijftien meter verder bevond zich een nieuwe haard van bessenbladwespen. Daar werd op 22/05/2025 een nieuwe feromoonval geplaatst, die maar liefst 857 bladwespen ving (824 mannelijke bessenbladwesp, 24 mannelijke kleine bessenbladwesp en enkele vrouwelijke ). De piekvangst lag tussen 11 en 20 juni. Dat toont aan dat bessenbladwesp een zeer lokale plaag is die blijvend opgevolgd moet worden.

Monitoring op andere locaties
Een aantal biotelers testten dit jaar de feromoondop, al dan niet in combinatie met de gele vangbanden. Eén bedrijf gebruikte zowel de feromoondop als intensieve monitoring met gele lijmbanden. Omdat de druk dit jaar lager was, werd er overgeschakeld op gele kleine lijmplaatjes (type Horiver). Ook daar waren de vangsten op de gele lijmbanden hoger in begin van het seizoen, terwijl de vangsten met het feromoon relatief lager waren (Figuur 2). Die monitoring hielp om de plaag onder controle te houden, waardoor er niet manueel noch biologisch moest ingegrepen worden.

Op andere locaties werd enkel de feromoonval opgehangen, waar we ook piekvangsten van 200-400 stuks noteren in april en mei (Figuur 3). De druk was hoog en er werd ingegrepen om verdere schade te voorkomen. Op die proeflocaties werden zowel de kleine als de gewone bessenbladwesp waargenomen, maar die laatste was steeds in de meerderheid.

Conclusie
Het feromoon is selectief voor bessenbladwesp met amper andere bijvangsten. Wie jaarlijks uitdagingen ervaart met (kleine) bessenbladwesp, hangt best begin maart gele lijmbanden uit. Bij lagere druk kan je kiezen voor kleine gele vangplaatjes. De doorgedreven monitoring met lijmbanden, gecombineerd met een selectieve feromoonval, brengt de vluchten van de (kleine) bessenbladwesp beter in kaart. Hopelijk zien we op termijn dat de druk vermindert. Zet daarnaast in op natuurlijke plaagbeheersing, bijvoorbeeld met nestkasten voor vleermuizen.
Dit project liep eind 2025 af, dus binnenkort volgt de volledige rapportering van het project ook hier op BIOpraktijk!
Met dank aan de telers die hielpen bij de monitoring.
Meer info?
renske.petre@pcfruit.be
