/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Emelten, ritnaalden, aardrupsen... wat vreet er aan mijn gewas?

Met het opwarmen van de bodem ontwaken heel wat bodeminsecten weer uit hun winterrust. Jonge gewassen die nu op het veld staan, kunnen daarbij te lijden hebben onder vraatschade van enkele plaagsoorten. Doordat ze in larvestadium voorkomen en het schadebeeld vaak gelijkaardig is, worden die soorten soms met elkaar verward. Met deze 'weetjes' kan je er snel achterkomen met wie je te maken hebt. 

 

Emelten

Emelten zijn de larven van langpootmuggen. De meest voorkomende soort in Noord-Europa is Tipula padulosa. Die heeft één generatie per jaar. De taaie, pootloze, grijze larven zijn in het voorjaar terug te vinden in de bovenste 6 cm van de grond en komen ’s nachts naar boven, op zoek naar voedsel. Ze vreten aan bladeren, wortelhals of stengeldelen van jonge plantjes. Een typisch schadebeeld zijn ruw afgeknipte bladstengels. 

Ze kunnen ook delen van de plant meenemen in de grond. In de maanden mei en juni bereiken ze hun volle lengte (ca. 4 cm). Daarna gaan ze in een rusttoestand en stopt de vraat. In juli - augustus verpoppen ze in de grond, waarna nieuwe langpootmuggen verschijnen.

 

Ritnaalden

Ritnaalden groeien veel trager dan emelten en kunnen zowel in het voorjaar als in het najaar schade aanrichten. In het voorjaar tasten ze de wortels en het ondergrondse deel van stengels aan, waardoor groeiremming optreedt. Planten kunnen dan verwelken en afsterven. Wanneer ze precies actief worden, hangt af van de temperatuur en vochtconditie in de bodem. Bij een temperatuur van meer dan 10 °C en voldoende vocht zitten de meeste larven in de bovenste 20 cm van de grond. Die bodemcondities zullen nu op de meeste percelen bereikt worden. De eerste ritnaaldenbemonsteringen door Inagro bevestigen dat. 

Bij hogere temperaturen en drogere omstandigheden tijdens de zomer migreren de ritnaalden naar diepere bodemlagen. In 2015 was dat het geval vanaf 2de helft juli tot begin augustus. Dat blijkt uit de bemonstering die op heel wat percelen in Vlaanderen werd uitgevoerd in het kader van een onderzoeksproject (1). Vanaf september verplaatsen de ritnaalden zich terug naar de bovenlaag om zich te voeden. In gewassen als maïs heeft de vraat aan de wortels minder impact, maar in knol- of bolgewassen kunnen ze voor ernstig kwaliteits- en opbrengstverlies zorgen.

 

Aardrupsen

Aardrupsen zijn rupsen van nachtvlinders. Ze worden vaak met emelten verward, maar de schade die ze veroorzaken, treedt voornamelijk op vanaf augustus tot in het najaar en minder in het voorjaar. Visueel kan je ze onderscheiden doordat aardrupsen poten hebben en emelten niet. Neem ze ook eens vast: een aardrups zal zich oprollen terwijl een emelt ineenkrimpt bij aanraking. Wat ze wel gemeen hebben, is dat ze beide 's nachts actief zijn met vraat aan de wortelhalzen en de stengels van diverse groenten (o.a. koolgewassen, sla, spinazie, selder...). Aardrupsen veroorzaken dus net als emelten uitval van jonge planten. In beschutte teelten kunnen aardrupsen zelfs schade veroorzaken tot laat in de winter. Zolang het niet vriest, blijven ze actief. Pas na de winter, in april, verpoppen de rupsen in de grond.

Image

Foto: emelt

Image

Foto: aardrupsen

 

Hoe monitoren en beheersen?

Op het moment dat je schade vaststelt, is het kwaad in de meeste gevallen al geschied en kan je weinig doen om verdere schade te beperken. Om vooraf het risico op ritnaalden en/of emelten in te schatten, bestaan er goede bemonsteringsmethoden. Dat is een eerste stap richting geïntegreerde beheersing, waarbij een preventieve aanpak vooropstaat. Zowel de monitoring als beheersing vereisen echter de nodige kennis en ervaring. Inagro kan daarbij je partner zijn. Voor meer info, kan je contact opnemen met Femke Temmerman (femke.temmerman@inagro.be; T. 051 27 32 53).

(1) Landbouwtraject ‘Sectorbrede geïntegreerde beheersing van ritnaalden’ (2015 - 2018) met financiële steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), Boerenbond, AVEVE Group, ABS, Bayer CropScience, Belchim Crop protection, Belgapom, Biobest, Certis, Colruyt, Fedagrim, Innoseeds, Joordens Zaden, Pherobank, Pireco, Sanac, Storms Seeds, Synagra, Syngenta en de producenten.

 

Meer info?
Femke Temmerman
Tel: 051/27 32 53
akkerbouw
groenten