/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Bloemenranden in de strijd tegen trips!

De aanwezigheid van een bloemenrand kan de natuurlijke plaagbeheersing in een teelt verbeteren. In dit onderzoek wil Hogent het belang aantonen van natuurlijke vijanden in de openluchtteelt van aardbeien, met de focus op het onderdrukken van trips, en dit in relatie tot een bloemenrand. Het doel van deze bloemenrand is om enerzijds tripsen uit de aardbeiplanten weg te vangen en andere plagen zoals bladluizen te onderdrukken, en anderzijds populaties van roofwantsen en andere natuurlijke vijanden op te bouwen. 

 

Proefopzet

Er werden twee overkapte proefvelden met aardbeien (doordragers), variëteit ‘Furore’, in volle grond aangelegd: één grenzend aan een bloemenrand op het Proefcentrum Pamel (bloemenrand = BR); en één zonder bloemenrand on farm (controle = CO). Deze percelen liggen in vogelvlucht op 2,5 km afstand van elkaar. De aanplant gebeurde op 10 april 2015, met 488 aardbeiplanten per locatie. De bloemenrand naast het BR-perceel bestond uit volgende soorten: boekweit, korenbloem, klaproos, bernagie en wikke. Deze soorten werden geselecteerd omwille van hun aantrekkelijkheid voor tripsen en/of hun geschiktheid als waardplant voor roofwantsen. Om de bloeiperiode te verlengen, werd geopteerd om de bloemenrand in twee delen in te zaaien (eerste helft begin april en tweede helft begin mei), elk langs één zijde van de aardbeitunnel. 

Op de proefplanten van beide percelen werd geen enkel middel tegen trips ingezet. In het BR-perceel werd enkel de roofmijt Phytoseiulus persimilis Athias-Henriot als middel tegen spint uitgezet.

Image


Resultaten

Tripsen en roofwantsen in de aardbeibloemen

Aangezien de meeste schade door trips op aardbei wordt veroorzaakt door het aanprikken van bloemen, wordt in Figuur 1 het aantal tripsen per aardbeibloem voor het doordragersseizoen 2015 weergegeven, inclusief de aanwezige roofwantsen. 

In de aardbeibloemen grenzend aan de bloemenrand (BR) begon de tripspopulatie zich geleidelijker aan en iets vroeger in het seizoen (begin juni) op te bouwen t.o.v. het controleperceel (CO). De tripsaanwezigheid in de aardbeibloemen van het bloemenrandperceel piekte begin juli en nam daarna onmiddellijk af, terwijl die van het controleperceel twee weken langer op een hoog niveau bleef. 

Gemiddeld waren er tijdens het seizoen minder tripsen in het perceel met de bloemenranden (2,1 tripsen/aardbeibloem) t.o.v. het controleperceel (3,0 tripsen/aardbeibloem). 
Over het volledige seizoen 2015 beschouwd, werden beduidend meer roofwantsen geteld op de aardbeibloemen in het bloemenrandperceel dan op de aardbeibloemen van het controleperceel (Figuur 2). De hoogste roofwantsenaantallen in aardbeibloemen in 2015 werden waargenomen tussen midden juli en midden augustus (Figuur 1), ongeveer vier weken na de hoogst waargenomen tripsaantallen. Eind augustus waren de meeste roofwantsen verdwenen, om nog even terug te komen in september. Dit heeft mogelijk te maken met de hevige regenval eind augustus en de drogere periode tijdens de eerste helft van september.
 
Image
Figuur 1: Aantal tripsen en roofwantsen per aardbeibloem (gemiddelde ± standaardfout) in beide aardbeipercelen (BR en CO) voor de doordragers in 2015, uitgezet in functie van de tijd.
 
 
Tripsen en roofwantsen in de bloemenrand
In Figuur 2 wordt, voor zowel de aardbeibloemen als voor de bloemen van de bloemenrand zelf, het gemiddelde aantal tripsen en roofwantsen per bloem over het ganse seizoen 2015 uitgezet. In absolute cijfers kwamen de meeste roofwantsen voor op bloemen van wikke. 
De verhouding tussen het aantal roofwantsen en het aantal tripsen per bloem lag het hoogst voor boekweit (0,07) en BR-aardbei (0,06), gevolgd door wikke (0,039), klaproos (0,023), korenbloem (0,02), CO-aardbei (0,017) en bernagie (0,01).
De hoogste aantallen tripsen kwamen in alle bloemsoorten in juli voor, maar volgden uiteraard de bloeiperiode van de bloemenrandplanten. In bloemen van wikke steeg het aantal tripsen vanaf eind juni zeer snel om een maand later haar maximum te bereiken. De roofwantsen volgden twee weken later en bleven lange tijd in de bloemen aanwezig. Voor korenbloem werd eenzelfde trend waargenomen, maar met kleinere aantallen tripsen en roofwantsen. Bloemen van boekweit waren niet zo aantrekkelijk voor tripsen, maar wel voor roofwantsen, en dit iets vroeger in het seizoen t.o.v. andere bloemenrandsoorten. Bernagie daarentegen is meer geliefd bij tripsen dan bij roofwantsen, maar de aantallen bleven beperkt.
 
Image
Figuur 2: Aantal tripsen en roofwantsen per bloem/bloemhoofd (gemiddelde ± standaardfout) in de bloemenrand en beide aardbeipercelen (BR en CO) tijdens het seizoen 2015.
 
 
Voorlopige conclusie en vervolgproef
Met enige omzichtigheid kan uit deze resultaten worden afgeleid dat bloemenrandsoorten zoals wikke en korenbloem de tripsdruk in een aangrenzend aardbeiperceel (doordragers) doen afnemen. Door zowel het ‘wegvangen’ van tripsen uit het gewas als door het bevorderen van de aanwezige roofwantsenpopulatie kan dergelijke bloemenrand een gunstig effect hebben op de beheersing van trips in aardbei. De vraag rijst of een naburige bloemenrand de aanwezigheid van trips in aardbei ook kan voorkomen om zo vruchtschade te vermijden? Dit zal worden nagegaan tijdens een vervolgproef (seizoen 2016) waarbij in een gelijkaardige proefopzet de bloemenrand (wikke, korenbloem en boekweit) vroeger in bloei zal worden getrokken t.o.v. aardbei. 
 
 
Een uitgebreid rapport van het volledige project is terug te vinden op http://pure.hogent.be/ (doorklikken naar ‘Projecten’ - typ ‘trips beheersing’ in de zoekfunctie).
 
Meer info?
Jochem Bonte (Hogent)
Tel: +32 9 243 28 17 
E-mail: jochem.bonte@hogent.be
 
kleinfruit
biodiversiteit