/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Maaimeststoffen blijven het best aan de oppervlakte

Proeven de voorbije jaren hebben aangetoond dat grasklaver (vers of ingekuild)  kan toegepast worden als maaimeststof in verschillende teelten. Inagro onderzoekt samen met ILVO de werking van maaimeststoffen en gaat na of de wijze van toepassing invloed heeft op de verteerbaarheid van de meststof in de bouwvoor. 

Doel en context
Een maaimeststof is een snede van een groenbedekker, doorgaans een vlinderbloemige, die geoogst wordt om als bemesting op een ander perceel te voeren. Door het gebruik van maaimeststoffen kunnen nutriënten intern op het bedrijf worden gecirculeerd. In deze proef willen we nagaan of de wijze waarop maaimeststof wordt toegepast bepalend is voor de beschikbaarheid van de stikstof voor het gewas. Hiertoe werd grasklaver op 3 verschillende manieren toegediend in aardappelen: vóór ploegen, na ploegen en vóór rotoreggen of na planten. In het laatste geval werden de maaimeststoffen oppervlakkig ondergewerkt bij het aanaarden van de aardappelen.
 
 
Besluit
De opbrengsten in 2016 waren met een gemiddelde van 60 ton/ha zeer hoog. Uit de proef blijkt dat maaimeststof een volwaardig alternatief biedt voor stalmest als meststof. Oppervlakkig inwerken van de maaimeststof bij rotoreggen gaf in deze proef de hoogste opbrengst (63 ton/ha). Bemesting met stalmest gaf evenals onderploegen of toedienen van maaimeststoffen na planten een gelijkaardige opbrengst (56 ton/ha). 
Maaimeststoffen oppervlakkig inwerken (bij rotoreggen) zorgde voor een goede vrijstelling van de nutriënten zodat deze voldoende ter beschikking kwamen van het gewas. Bij toedienen van maaimeststoffen als mulch na planten droogde de maaimeststof meer uit.  Dit zorgde voor een tragere of beperktere nutriëntenvrijstelling met een iets lagere opbrengst tot gevolg. 
 
Deze proef werd uitgevoerd in samenwerking met UGent, ILVO en Inagro in het kader van het ADLO-project ‘Stikstofwerking van maaimeststoffen in relatie tot toedieningswijze en bodemconditie’ met de financiële steun van de Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij.
Image
 
 
 
bestanden: 
akkerbouw
groenten
bodemvruchtbaarheid