/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg

Zachtfruit telen in de aanwezigheid van Drosophila suzukii

Het CCBT-project ‘Zachtfruit telen in de aanwezigheid van Drosophila suzukii’ ging van start op 1 april 2015. Dit project wordt uitgevoerd door pcfruit vzw met Proefcentrum Pamel als partner en het wordt mogelijk gemaakt dankzij de steun van het CCBT en de Vlaamse Overheid. 

Dit project wil biologische telers ondersteunen bij een beredeneerde aanpak van de momenteel prioritaire probleemplaag in zachtfruit: het onafwendbaar opkomen van de zeer schadelijke fruitvlieg Drosophila suzukii. Bij deze plaag is het uiterst belangrijk om ze in een vroege fase op te merken. Na ei-afleg in rijpende vruchten voeden de larven zich met het rijpe vruchtvlees en kunnen enorme verliezen opleveren in productieteelten. In het buitenland, waar men al langer met Drosophila suzukii te maken heeft, hebben ze geen afdoende oplossingen voor het probleem. Ook biologische bestrijders zijn niet gekend. Het zal er op aan komen om een effectieve monitoring uit te voeren zodat, naast preventief getroffen maatregelen, bij de eerste intrede van de fruitvlieg op het bedrijf ook mogelijke curatieve maatregelen kunnen getroffen worden. Dit project zal hierop inspelen aan de hand van demonstratie en sensibilisering van een systeemgerichte preventieve aanpak. Het project wil op die manier de teelt- en bedrijfszekerheid van biologische tuinbouwbedrijven ondersteunen.

Naast een goede teelthygiëne (proper plukken, koude keten bewaren, afval opruimen,…) dient er vooral aandacht besteed te worden aan een preventieve aanpak van Drosophila suzukii op het bedrijf. Binnen dit project wordt er gefocust op een relatief nieuw aspect binnen de Vlaamse tuinbouwsector: ‘het preventief innetten van de aanplanting’. Hierbij wordt vooral een antwoord gezocht op de vragen HOE en WANNEER.


Image

Figuur 1: Binnen dit project werden er op twee bedrijven demo’s aangelegd. Een overzicht van de aangelegde demo-percelen is terug te vinden op deze figuur. Proefperceel 1 werd ingenet op 29 juli 2015 (tot dat moment waren de Drosophila suzukii aantallen beperkt op dit perceel). Proefperceel 2 werd ingenet op 1 september 2015. Proefperceel 1 was gelegen op het bedrijf Frambiosa y besos van Wim Vandenberghe in Veurne, proefperceel 2 lag bij Francis Kestemont in Lennik.
 
 
Op maandag 26 oktober 2015 werden de eerste resultaten van dit project voorgesteld op het demo-bedrijf ‘Frambiosa y besos’ van Wim Vandenberghe in Veurne. 

Een eerste stap binnen het project was de zoektocht naar het geschikte net. De maaswijdte moet enerzijds klein genoeg zijn zodat de suzuki-fruitvliegjes er niet door kunnen, maar anderzijds moet het net voldoende licht- en luchtdoorlatend zijn. Aan de hand van labo proeven kon vastgesteld worden dat de maaswijdte van het net in één richting maximaal 800 µm (0,8 mm) mag zijn. Verschillende netten werden getest en uiteindelijk werd er gekozen voor het Ornata net (Howitec) met een maaswijdte van 0,77 mm op 1,02 mm. Dit net laat ongeveer 70% van het fotosynthese licht (PAR licht) door. Door te kiezen voor rechthoekige mazen wordt er een betere luchtcirculatie en dus ook een beter klimaat onder het net verwacht dan wanneer een net met vierkante mazen gebruikt zou worden.
Image
Figuur 2: Proefperceel 1: het net werd met behulp van buisklemmen bevestigd aan de reeds bestaande constructie (regenkap of tunnel), kleine openingen werden afgesloten met tape en op plaatsen waar het net overlapte werd er gebruik gemaakt van 6 puntsklemmen om een volledige dichting te garanderen. Onderaan werden er buizen op het net gelegd om te voorkomen dat het net omhoog zou komen onder invloed van onkruid of wind.
 
Waarnemingen
Zowel onder het net als er buiten werden er Drosophila suzukii vallen geplaatst. Tijdens de monitoring werden er enkel suzuki-fruitvliegen terug gevonden in de vallen die zich niet onder het net bevonden. Het klimaat onder het net was echter niet optimaal. Vooral bij de tunnel constructie liep de vochtigheid te hoog op waardoor de vruchten niet snel genoeg opdroogden en er te veel klasse 2 vruchten geoogst werden.
 
Onderzoek
Ook buiten het CCBT-project wordt er volop onderzoek gedaan naar Drosophila suzukii binnen pcfruit. Dit onderzoek loopt hoofdzakelijk via de afdeling zoölogie in kader van het D. suzukii IWT-LA project 135079 (ism ILVO). Een aantal van deze resultaten worden hieronder weergegeven:

- Lokstoffen (zoals appelciderazijn) zijn minder aantrekkelijk voor de suzuki-fruitvlieg dan rijp fruit. Zolang er rijp fruit aanwezig is, worden er weinig tot geen suzuki-fruitvliegjes in de vallen aangetroffen. Dit wil echter niet zeggen dat ze niet aanwezig zijn. Het is aan te raden om dan de avond voor de pluk, ogenschijnlijk onaangetaste vruchten te plukken en deze in zoutwater onder te dompelen. De larven van Drosophila suzukii zullen uit de vrucht kruipen en in het water drijven (pas op want in het beginstadium kunnen de larven heel klein zijn (1 tot 4 mm).
- In de winterperiode is het voor de vrouwelijke suzuki-fruitvliegjes onmogelijk om eitjes te leggen. Het is pas in het tweede deel van de lente dat ze hiertoe in staat zijn (eind april in 2015).
- De opbouw van een Drosophila suzukii aantasting in je perceel is afhankelijk van de omgeving. Locaties in de buurt van (vooral niet geoogste) kersenpercelen hebben bijvoorbeeld een grote kans om aangetast te worden.
- Wanneer er gekeken wordt naar soortgevoeligheid, dan zijn aardbeien, frambozen en bramen gevoeliger voor aantasting door Drosophila suzukii in vergelijking met blauwe bessen, kersen en druiven. In deze test hadden de aardbeien de laagste brix-waarde wat er op wijst dat het brix-gehalte niet de cruciale factor is wanneer er naar gevoeligheid gekeken wordt.
- In figuur 3 is duidelijk te zien dat het rijpheidsstadium van de aardbei eveneens een rol speelt in de gevoeligheid voor aantasting door Drosophila suzukii


Image

Figuur 3: zes verschillende rijpheidsstadia van aardbei werden getest op hun aantrekkelijkheid voor Drosophila suzukii. Het is duidelijk te zien dat vanaf rijpheidsstadium 4 (aardbei begint rondom een rode kleur te vertonen) de vruchten significant aantrekkelijker zijn voor Drosophila suzukii. Maar zelfs vanaf rijpheidsstadium 2 (aardbei volledig ontwikkeld maar nog niet gekleurd) is een aantasting mogelijk.

 
Belangrijk!
Preventief handelen blijft de kernboodschap in dit verhaal. Als je Drosophila suzukii geen kans wil geven op je percelen is het uiterst belangrijk om de hygiënemaatregelen consequent toe te passen. Rot en aangetast fruit moet verwijderd worden en alle fruitafval moet vernietigd worden.
 

Meer info?
Miet Boonen, pcfruit
Tel: 011/69 71 54
E-mail: miet.boonen@pcfruit.be

 

kleinfruit