Skip to main navigation
Home
  • News
  • Calendar
  • Themes
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projects
  • Research Centres
  • Research database
  • About
  • Contact
Sorteeropties
  • en
  • nl
Menu

Breadcrumb

  1. Home
  2. Grazende Varkens: Vermogen Om Ruwvoer Te Benutten, Weidebeheer En Werkorganisatie

Grazende varkens: vermogen om ruwvoer te benutten, weidebeheer en werkorganisatie

12/05/2026
Laura Golsteyn (CCBT) & Liên Romeyns (BioForum)

varkens

De biologische varkenssector werkt onder een strenge regelgeving, met verplichte buitenruimte en biologische voeders. De laatste jaren stijgen de voederkosten. Hoewel varkens éénmagige dieren zijn, kunnen ze goed ruwvoer opnemen. Het Franse VALORAGE-project onderzocht tussen 2021 en 2024 of beweiding interessant is voor vleesvarkens als voederstrategie. Dankzij een optimaal gebruik van ruwvoer (met name vers gras via weidegang), kunnen boeren minder afhankelijk worden van aangekochte, vaak dure en geïmporteerde krachtvoeders.

Op een pilootbedrijf werd een proef uitgevoerd met vleesvarkens in een systeem met roterend weiden. Regelmatig werden metingen gedaan van de vegetatie (soortendiversiteit, geproduceerde biomassa) en de dieren zelf (prestaties, gedrag). De resultaten tonen dat begrazing in de praktijk complex is: je moet sterk rekening houden met het groeistadium en de groeisnelheid van de planten in de weide. Qua dierprestaties zorgt beweiding, ondanks een tragere groei, voor een betere karkaskwaliteit door een lager vetgehalte en heeft het bovendien positieve effecten op het gedrag van de dieren.

Dit nieuwsbericht is een vertaling van een technisch artikel uit het Franse tijdschrift Fourrages, uitgegeven door l'Association Francophone pour les Prairies et les Fourrages. Het werd geschreven door medewerkers van het Franse onderzoekinstituut ITAB en de Chambre d’agriculture de région des Pays de la Loire. In dit proefverslag werden de resultaten nog verder samengevat.

 

Het pilootbedrijf La Ferme de Cochon Bleu

La Ferme de Cochon Bleu in Frankrijk (Noyant-la-Gravoyère) is gespecialiseerd in de opfok en afmest van biologische varkens. 45 zeugen leven er volledig buiten en hebben toegang tot schuilhokken. De biggen worden na zes weken gespeend en vervolgens buiten gehouden tot ze ongeveer 14 weken oud zijn. Het afmesten vindt normaal gesproken plaats in een stal op stro met buitenrennen. In deze fase is het weiden getest: één van de hokken kreeg toegang tot een grasland vol vlinderbloemigen en tanninerijke planten. In 2018 is er een agroforestry-aanplant gedaan op het bedrijf, met boomrijen binnen het perceel, waardoor verschillende zones werden gecreëerd. Sommige zones zijn bedoeld voor gewassen, andere voor beweidbare graslanden. De weidezone is verder onderverdeeld in meerdere kleinere percelen (paddocks), zodat er dynamisch roterend geweid kan worden en het gras optimaal benut wordt, terwijl de vegetatie beschermd blijft tegen beschadiging door de varkens. De bodem- en klimaatcondities op het bedrijf zijn gunstig voor het buiten houden van varkens. De draagkracht van de bodem is goed, al kunnen sommige delen van het perceel bij hevige regenval onder water komen te staan.

Organisatie van de begrazing

Voor de proef met begrazing is een perceel van 1,6 hectare ingericht, zoals te zien is in Figuur 1. Op dit tijdelijk grasland groeien verschillende soorten: gras, voedercichorei, weegbree, witte klaver en luzerne. De weide is onderdeel van de gewasrotatie en vormt een aanvulling op de granen, met een geplande duur van drie jaar. Het doel is om de varkens van het voorjaar tot de herfst toegang te geven tot deze weide door middel van een dynamisch rotatiesysteem.

figuur  valorage
Figuur 1: Schema van het experimenteel perceel. Bron: VALORAGE

 

De begrazing sluit aan bij de algemene bedrijfsvoering en moest dus praktisch en efficiënt zijn. Vanuit het gebouw is er een pad aangelegd naar de begrazingspercelen, dat uitkomt in een leefzone met een voederbak en een drinkpunt om de varkens te stimuleren de 400 meter tussen de stal en de weide af te leggen. Verschillende paddocks zijn met linten afgezet en bereikbaar via een zijpad. Elke paddock van 570 m2 biedt plaats aan een groep van 30 varkens gedurende één week, wat een oppervlakte van 19 m2 per varken betekent. De groepen wisselen wekelijks van paddock, telkens op vrijdag. Het streven was om de varkens te laten grazen op een kort en smakelijk gewas in een vroeg stadium: vóór het opschieten bij grassen en tanninerijke planten, vóór knopvorming bij de vlinderbloemigen. Indien nodig werd geadviseerd om het gewas te maaien als aanvulling op de begrazing, om de groei te reguleren.

Monitoring van de dieren

Er zijn twee groepen van elk 30 varkens gevolgd van 21/04/2022 tot 20/09/2022, ingedeeld naar gewicht en geslacht. Binnen elke groep werden de varkens individueel aangeduid met genummerde oormerken. Voor beide groepen is een verschillend tatoeagepatroon toegepast om de slachtresultaten van beide groepen te kunnen onderscheiden. De varkens waren bij aanvang van het onderzoek 14 weken oud. In de eerste week had geen van de groepen toegang tot het grasland. Vanaf 29/04/2022, op 15 weken leeftijd, kreeg de groep ‘grasland’ iedere dag toegang tot de weide, terwijl de controlegroep dit niet kreeg. Beide groepen kregen hetzelfde commerciële groeivoer, maar volgens verschillende voedingsschema’s. De controlegroep werd gevoerd zoals gebruikelijk op het bedrijf: naar behoefte tot een maximum van 2,8 kg per varken per dag. Voor de ‘grasland’-groep gold een extra voederrestrictie met een maximum van 2,5 kg per varken per dag, wat op 20/05/2022 werd bereikt. Tussen 15 en 18 weken vormde het grasland een extra aanvulling, en de voederbeperking ten opzichte van de controlegroep trad pas in vanaf 18 weken leeftijd.

Figuur 2 laat het verloop van de proef zien. Tijdens het onderzoek werden verschillende gegevens verzameld: dagelijks verstrekte voederhoeveelheden per groep, het gewicht van de dieren op belangrijke momenten (start van de proef, start van de voederbeperking, vertrek naar het slachthuis), sterfte, slachtresultaten (individuele Uniporc-gegevens) en de arbeidsuren van de veehouder. Gedrag werd geobserveerd tijdens twee sessies (op 06/05/22 en 10/06/2022) en bij de individuele wegingen van de dieren met behulp van de PIGLOW-app.

figuur 2 valorage

Figuur 2: Tijdslijn van de proef (PC= vleesvarken). Bron: VALORAGE

 

Monitoring van het grasland en de vegetatie

Tijdens de proef werden om de 2 à 3 weken de graslengtes bij de in- en uitgang van de paddock gemeten met een herbometer. De botanische samenstelling en de fysiologische stadia van de plantensoorten werden gevolgd door de verhoudingen van grassen, vlinderbloemigen, soorten met tannines (zoals cichorei en weegbree) en onkruiden te schatten binnen drie willekeurig gekozen kwadranten in de paddocks, zowel voor als na de passage van de varkens. Tot slot werden bij het verplaatsen van de dieren de toestand van de bodem en sporen van eventueel specifiek eetgedrag van de varkens (zoals wroeten, verspilling, enzovoort) geobserveerd, gefotografeerd en genoteerd om de paddocktoestand door de tijd heen te kunnen vergelijken.

Resultaten

Monitoring van de vegetatie en het beheer van rotatiebegrazing

De eerste keer dat de varkens op het weiland kwamen, was pas laat (eind april 2022), waardoor de groei van de voedergewassen in maart-april niet optimaal benut kon worden. Tijdens deze periode is het gras twee keer gemaaid.

Elke week werd er een nieuwe paddock gekozen voor de varkens, waarbij de hoogte en het fysiologische stadium van het gras werden vergeleken tussen de beschikbare paddocks. Hoewel het doel was om het gras bij binnenkomst relatief kort te houden om de smaak en de opname door de varkens te bevorderen, lag de gemiddelde gemeten graslengte bij binnenkomst op 31 cm, met grote variaties (38 cm bij paddock 2 op 6 mei, 17 cm bij paddock 4 op 1 juli). De gemiddelde graslengte bij vertrek van de varkens was 17 cm, met gelijkmatige metingen gedurende de hele proef.

De snelle groei van de voedergewassen in het voorjaar was lastig te beheren op de boerderij. Maaien of oogsten gebeurde vaak te laat. De hete en droge zomer van 2022 remde vervolgens de grasgroei, waardoor de oppervlakte van de paddocks verdubbeld moest worden (2*576m²) om de varkens van voldoende voer te voorzien.

Uiteindelijk werd tijdens de proef slechts 0,45 ha van de beschikbare 1,6 ha gebruikt voor begrazing. Er werden twee snedes ingekuild op 10 mei (4,4 t DS/ha) en 15 juni (1,4 t DS/ha) om het niet begraasde grasland te benutten. Het lijkt erop dat bij een vergelijkbare veestapel, het grasland voor de varkens kan worden beperkt tot 0,5 ha.

Sinds het einde van de proef heeft de veehouder het aantal dieren met toegang tot het grasland verdubbeld (60-70 varkens) en zijn de graslanden opgenomen in een specifieke rotatie met een CERPRO mengteelt, waardoor er afhankelijk van het jaar toegang is tot 0,9 of 1,7 hectare grasland, dat indien nodig kan worden gemaaid.

Ontwikkeling van het begraasde grasland

Als we kijken naar de ontwikkeling van de plantensoorten in de paddocks, valt op dat de vlinderbloemigen vrijwel volledig uit de tellingen zijn verdwenen. Ook het aandeel cichorei en weegbree is sterk afgenomen, terwijl de grassen na het begrazen door de varkens duidelijk de overhand krijgen. Onkruiden worden niet door de varkens gegeten.

Uit deze vergelijking blijkt dat varkens een duidelijke voorkeur hebben voor vlinderbloemigen (zoals klaver) en cichorei, wat het belang onderstreept van een zorgvuldige keuze van voedergewassen op basis van hun weerstand en smakelijkheid. Na twee jaar begrazing door varkens is de botanische samenstelling van het grasland flink veranderd door:

  • de uiteenlopende consumptie van de verschillende voedergewassen
  • en de dominantiedynamieken tussen soorten.

Rietzwenkgras is nu sterk overheersend, terwijl dit nauwelijks door de varkens wordt gegeten. Er wordt verder onderzocht welk graslandmengsel het best aansluit bij de behoeften van varkens.

In paddocks waar de voedergewassen te ver in hun ontwikkeling waren bij het inscharen van de varkens, werden bij het uitscharen veel resten aangetroffen en ging er veel gras in de aar verloren. Cichorei en weegbree werden goed gegeten, maar door hun snelle groei was de begrazingsperiode korter.

Tijdens deze proef heeft het roterend weiden (met hoge bezetting en snelle wisseling van paddocks) geholpen om bodembederf door de varkens te beperken. Alleen sommige stukken bij de ingang van de paddocks zijn beschadigd door vertrapping.

Werk en logistiek

Om het werk goed te organiseren werd er elke vrijdag van paddock gewisseld. Ideaal gezien zou de veehouder dit moment bepalen op basis van de toestand van de vegetatie. Bijvoorbeeld, als de varkens gaan wroeten of als het weer de draagkracht dreigt te verminderen, is het nodig om te verplaatsen. In de proef bleek een week soms te lang (meer vertrapping door regen) of juist te kort (nog veel gras aanwezig). Toch bleek het gekozen compromis praktisch en voor de veehouder gemakkelijk te beheren, dankzij de vaste wekelijkse routine.

Volgens de veehouder kost het extra werk voor de groep ‘weide’ ongeveer 10 minuten per dag. Dit bestaat uit het begeleiden van de varkens naar het perceel en het geven van een deel van het krachtvoer in bakken vlakbij de weide. Elke week zorgt het wisselen van paddock voor 5 minuten extra werk (het verplaatsen van de afrastering om toegang tot de oude paddock af te sluiten en de nieuwe te openen). Omdat de afrasteringen verplaatsbaar zijn, is het onderhoud snel gedaan: het gras langs de afrastering wordt gemaaid met een tractormaaier. Voor het weidebeheer moet de veehouder ook nieuwe vaardigheden leren, voldoende uitrusting (minimaal een maaier) hebben en vooruit plannen voor het maaien.

Dierprestaties en voederkosten

Vergeleken met de ‘controlegroep’ groeien de varkens in de ‘weidegroep’ langzamer, maar de karkaseigenschappen zijn wel beter. Tabel 1 geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten. De voedingswaarde van het gras bleek niet voldoende om de sterke beperking van het krachtvoer te compenseren. De varkens in de ‘weidegroep’ aten gemiddeld 40 kg minder krachtvoer per dier. Hierdoor daalde hun groeisnelheid met zo’n 15%, wat resulteerde in een slachtleeftijd die gemiddeld 5 dagen hoger lag en een levend gewicht dat 5 kg lager was. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de lage voedingswaarde van het gras in de zomer of een hogere activiteit door de afstand van 400 meter tussen stal en weide, waardoor de energiebehoefte hoger lag dan bij de controlegroep.

Tabel 1: Vergelijking van de dierprestaties tussen de controlegroep en de weidegroep. Bron: VALORAGE
tabel 1 grazende varkens

De karkassen van de ‘weidegroep’ zijn gemiddeld 4 kg lichter. Toch zijn ze veel minder vet, met een hoger spierpercentage (TMP), wat zorgt voor een betere economische opbrengst. Ondanks het lagere karkasgewicht is de prijs per varken hoger voor de weidegroep dankzij het geldende betaalschema, dat magere karkassen beloont.

De resultaten tonen interessante afwegingen qua prestaties. Hoewel de ‘weidegroep’ trager groeide, leidde het verbeterde spierpercentage tot een hogere economische waarde ondanks de lichtere karkassen. Belangrijk is dat de voederrestrictie pas na 18 weken begon, dus bij oudere varkens die beter het gras konden benutten dan jongere dieren. Het optimale fysiologische stadium voor het benutten van gras blijft de drachtige zeug, zoals blijkt uit andere studies op het varkensproefbedrijf Trinottières. Daar bleken drachtige zeugen het gras goed te kunnen benutten in een doelmatig weidebeheer. Deze werkwijze zorgde voor een besparing van 16% op de voerkosten tijdens de dracht, zonder dat dit de lichaamsconditie van de dieren aantastte.

In dit onderzoek met vleesvarkens bleek de besparing op krachtvoer per afgeleverd varken aanzienlijk, maar weidegang compenseert het effect van voederbeperking niet volledig. De gerealiseerde voederbesparing moet daarom worden afgewogen tegen de langere mestperiode en het lagere slachtgewicht. Het zou zinvol zijn om dit nutritionele aspect verder te verdiepen, zodat de bijdrage van vers geweid ruwvoer beter ingeschat kan worden, en om de economische analyses verder uit te werken voor een volledig beeld van de voordelen en afwegingen.

Gedragsobservaties

Naast de technische prestaties is het interessant om te kijken naar de invloed van weidegang op het gedrag en welzijn van vleesvarkens. Tabel 2 geeft een overzicht van de behaalde scores op verschillende welzijnsindicatoren voor beide groepen.

Tabel 2: Vergelijking van de gedragsobservaties tussen de controlegroep en de weidegroep. Bron: VALORAGE
tabel 2 valoragro

De vleesvarkens in de 'weidegroep' waren veel rustiger dan die in de controlegroep, ook al kregen ze een strengere voederbeperking. Ondanks de relatief hoge concurrentie aan de voerbak door het rantsoeneren, zorgde weidegang voor minder agressief gedrag. Ook de zwakkere dieren kregen makkelijker toegang tot voer.

Het levend gewicht was in beide groepen vergelijkbaar, want er waren niet meer varkens die beduidend kleiner waren dan het gemiddelde in de weidegroep, ondanks de sterke krachtvoerrantsoenering.

Tot slot waren de varkens uit de weidegroep minder vuil en vertoonden minder vaak diarree, wat mogelijk wijst op een betere spijsvertering. Weidegang lijkt dus een positieve invloed te hebben op het dierenwelzijn.

Conclusies uit de proef

De resultaten van deze studie benadrukken de aanzienlijke voordelen van het weiden van vleesvarkens op het gebied van dierenwelzijn, karkaskwaliteit en het maatschappelijk imago van de biologische veehouderij. Voor varkens die op een rantsoen worden gehouden, waarbij de concurrentie bij de voerbak groot kan zijn, maakt weidegang het mogelijk om agressief gedrag te beperken en dieren te houden die veel rustiger zijn en een betere spijsvertering lijken te hebben. Bovendien verandert het vermogen van varkens om ruwvoer te benutten naarmate ze ouder worden. Het is daarom cruciaal voor de veehouder om het juiste evenwicht te vinden tussen de duur van de vetmestperiode en het slachtgewicht, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan weidegang voor oudere varkens.

Om deze praktijk voor veehouders haalbaar te maken, zijn bovendien betere vaardigheden op het gebied van weidebeheer (samenstelling van de begroeiing, stadia van consumptie/maai, beheer van het perceel, enz.) en een logistieke aanpassing van het dagelijkse werk (beheer van roterende begrazing, onderhoud van omheiningen, enz.) nodig.

Verder onderzoek naar de voedingswaarde en de werkelijke verteerbaarheid van ruwvoer voor varkens zou moeten leiden tot een verdieping van de kennis over deze voederpraktijk. Zo kunnen deze in het voederbeleid worden geïntegreerd en de voederkosten worden geoptimaliseerd. In het project werd ook de voedingswaarde van 20 soorten vers ruwvoer voor biologische varkens nagegaan. De resultaten vind je in deze (Franstalige) VALORAGE fiche.

Biologische varkenshouders die het omweiden van varkens toepassen zijn overtuigd van het nut, maar meer diepgaand onderzoek is nodig om de praktijk te optimaliseren en de productiekosten (voeder) daadwerkelijk te verlagen. In een aansluitend sociologisch onderzoek werd duidelijk dat hun voornaamste motivatie uit ethische waarden voortkomt: grondgebondenheid, biodiversiteit en dierenwelzijn.

In hetzelfde project werd ook een tweede proef uitgevoerd op het pilootbedrijf La Ferme de Cochon Bleu. Er werd onderzocht of ruwvoer in balen, bestaande uit een mengsel van wintergranen en eiwithoudende gewassen (triticale, haver en voedererwten), geschikt was voor varkens in de afmestfase. Meer info daarover vind je in dit artikel (Franstalig). Ook van verschillende soorten kuilvoeders werd de voederwaarde bepaald. Bekijk hiervoor deze (Franstalige) fiche.

Meer info?
lien.romeyns@bioforum.be

Search per category

ruminants
poultry
pigs
pome fruit
soft fruit
arable land
protected crops
herbs
flowers
vegetables
soil fertility
biodiversity
energy
research & policy
project calls

Calendar

Webinar: Hoe en waarom fermenteren van diervoeder?
26/05/2026
Mini Symposium bio-onderzoek 2026
03/06/2026
Hoe kunnen lokale landbouwers en horeca elkaar versterken?
09/06/2026
Info-avonden Landwijzer beroepsopleiding bio en biodynamische landbouw
16/06/2026
ILVO studiedag Nieuwe Teelten
18/06/2026
Biovelddag Inagro & 25 jaar proefbedrijf biologische landbouw
23/06/2026
› meer activiteiten

website by startx

CCBT vzw
Tel: +32 9 331 60 85
Mail: info@ccbt.be
Schaessestraat 18, 9070 Destelbergen

Footer-menu

  • News
  • About
  • Research Centres

Met de steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid.

Home
  • News
  • Calendar
  • Themes
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projects
  • Research Centres
  • Research database
  • About
  • Contact
  • Log in