Het Waalse platform SyCBio: stand van zaken na één rotatie
Het in 2018 op het domein van CRA-W (in Gembloux) opgezette experimentele platform SyCBio (kort voor "Biologische teeltsystemen") test twee teeltsystemen met als doel oplossingen te vinden voor de belangrijkste problemen waarmee biologische akkerbouwbedrijven zonder veeteelt te maken hebben: de onkruiddruk en de bodemvruchtbaarheid.
- Het “autonome” systeem probeert los te komen van het gebruik van externe inputs met meststoffen door in toenemende mate gebruik te maken van vlinderbloemigen.
- Het “CBL-systeem” (Conserverende Biologische Landbouw) is een variant van het autonome systeem maar dan met minimale grondbewerking.
Deze twee systemen worden vergeleken met een referentiesysteem in een proefopzet. Nu maken de onderzoekers van CRA-W de balans op voor wat betreft de bodemvruchtbaarheid, de onkruiddruk en de opbrengst na de eerste rotatie.
De eerste jaren waren vooral gewijd aan het aanleggen van de percelen, het afstemmen van de teelttechnieken en het verzamelen van de eerste data. Het tweede deel van de rotatie was gericht op het opvolgen van een groter aantal indicatoren, en de ontwikkeling van samenwerkingsverbanden, zowel intern in het CRA-W als erbuiten.
In de loop van de opeenvolgende jaren begonnen zich contrasten af te tekenen tussen de percelen van de drie teeltsystemen met wisselende intensiteit en snelheid al naar gelang de monitoring. Dit vertaalt zich in snel zichtbare of meetbare resultaten (opkomst, ontwikkeling van de biomassa, vroegrijpheid van gewassen, opbrengsten, stabiliteit van de bodemstructuur, adventieve plantenpopulaties …) en andere langzamere of minder opvallende resultaten (ontwikkeling van het koolstofgehalte van de bodem, micro- en macrofauna in de bodem, …). Over het algemeen brengen de voordelen voor de bodem die worden waargenomen bij niet-ploegen – betere stabiliteit van de structuur, toename van de biologische activiteit in de bovenlaag – ook problemen met zich mee, zoals een toename van onkruidgroei of verdichting van de diepere grondlaag, met gevolgen voor de productiviteit.
Uit deze eerste teeltcyclus zijn veel data gegenereerd. We hebben nog niet over alle data een oordeel kunnen vellen, en er kunnen nog heel wat lessen uit worden getrokken. De komende jaren zal het werk daaruit bestaan met een focus op de economische resultaten van de drie teeltsystemen.
De studie zal worden voortgezet met de start van de tweede rotatie, waarvoor een aanpassing van de teelttechnieken en/of gekozen gewassen wordt overwogen. Dat gebeurt op basis van de evaluatie van de problemen waar we mee te maken hebben gehad, met als doel het verbeteren van de prestaties van de systemen met behoud van hun aanvankelijke doelstellingen.
Lees hier het volledige artikel van CRA-W.
Meer info?
b.hardy@cra.wallonie.be
m.abras@cra.wallonie.be
