Skip to main navigation
Home
  • News
  • Calendar
  • Themes
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projects
  • Research Centres
  • Research database
  • About
  • Contact
Sorteeropties
  • en
  • nl
Menu

Breadcrumb

  1. Home
  2. Winteronkruiden Systeemgericht Beheersen? Combineer Je Technieken!

Winteronkruiden systeemgericht beheersen? Combineer je technieken!

08/09/2026
Joran Barbry & Lieven Delanote (Inagro), Prof. Benny Decauwer, Mattie De Meester & Jeroen Feys (UGent), Koen Willekens (ILVO)

akkerbouw

groenten

Als gevolg van steeds zachtere en vochtigere winters komen de winteronkruiden vogelmuur, straatgras en echte kamille prominenter in beeld. In 2025 werd op 50 biologische praktijkpercelen de zaadbank van deze onkruiden gekoppeld aan diverse bodem- en managementparameters.

De zaadbank van vogelmuur bleek het laagst op percelen met relatief weinig plantbeschikbare fosfor, met bovendien een laag aandeel van breedrijige, laat-geoogste zomergewassen in de rotatie. Bij echte kamille was de zaadbank minimaal bij een laag aandeel van wintergewassen in de rotatie, gecombineerd met de regelmatige toepassing van een vals zaaibed en een zeer beperkt aantal ploegbeurten. Straatgras daarentegen kan maximaal gereduceerd worden door regelmatiger te ploegen, en bovendien regelmatig een vals zaaibed toe te passen.        

Winteronkruiden tarten biologische telers

Winteronkruidflora omvat zowel jaarrond kiemende soorten zoals straatgras (Poa annua L.) en vogelmuur (Stellaria media (L.) Vill.), als facultatieve herfstkiemers zoals echte kamille (Matricaria chamomilla L.). In tegenstelling tot echte kamille kiemen, groeien, bloeien en zaaien straatgras en vogelmuur het hele jaar door.

Deze drie soorten zijn vorsttolerante onkruiden en komen de laatste jaren steeds sterker naar voren onder invloed van klimaatverandering, waarbij zachtere en vochtigere winters hun ontwikkeling bevorderen. Hierdoor vormen ze een toenemend probleem in de biologische wintergraan- en groenteteelt (Foto 1), vooral in systemen met wintergewassen of groenten die tijdens de winter op het perceel blijven staan (bv. CSA-bedrijven). Bovendien bemoeilijkt een hoge druk van winteronkruiden in het vroege voorjaar het verkrijgen van een proper zaaibed, zeker in systemen met niet-kerende bodembewerking en bij vroeg ingezaaide voorjaarsgewassen. Mechanische onkruidbestrijding in het najaar in wintergranen (bv. schoffelen, precisiewiedeggen) biedt vaak onvoldoende soelaas, omdat bodem- en weersomstandigheden dit beperken.

In het project ‘Winteronkruiden proactief aanpakken in de biologische akkerbouw en groenteteelt’ werd daarom onderzocht welke cultuurtechnische teeltmaatregelen bijdragen aan de onderdrukking van winteronkruiden via een reductie van de zaadbank in de bodem. Hiervoor werd op 50 biologische praktijkpercelen (wintergraan- en groentengebaseerde systemen) de zaadbank van winteronkruiden bepaald. Deze gegevens werden gekoppeld aan

  1. de perceelshistoriek van de vijf jaar voorafgaand aan de bodembemonstering, met informatie over onder andere vruchtwisseling, bemesting en bodembewerking, en
  2. aan fysische, chemische en biologische bodemkwaliteit (gehalte en kwaliteit van de organische stof; omvang, activiteit en samenstelling van de microflora; voedingstoestand en zuurtegraad).

winteronkruiden 1
Foto 1: Typische winterperceeltoestanden met welig tierende winteronkruidflora. Rechts: CSA winterpreiperceel met vogelmuur en straatgras (foto 17/03/2025). Links: wintergraanperceel met vogelmuur en echte kamille (foto 15/04/2025).  

 

Aanpak en metingen in de praktijk

Tussen 1 maart en 15 april 2025 screenden we vijftig praktijkpercelen bij Vlaamse biologische telers. Onder deze vijftig locaties bevonden zich zowel kleinschalige CSA-bedrijven als meer grootschalige akkerbouw- en groentebedrijven.

Op elk perceel namen we 100 bodemstalen (met de gutsboor, 20 cm diep), waarbij in totaal ongeveer 15 kg bodem per perceel verzameld werd. Hieruit werden twee substalen genomen: een kleiner substaal (1 kg) voor de labo-analyses en een groter substaal (6 kg) voor de zaadbankanalyses.

  • Het kleinere substaal (1 kg) werd geanalyseerd op een brede waaier aan vaste fysico-chemische bodemparameters, zoals de textuur, zuurtegraad, het organische stofgehalte en de voedingstoestand (N, P, K). Daarnaast werd de biologische bodemkwaliteit bepaald met inbegrip van de omvang, activiteit en samenstelling van het bodemleven (schimmels en bacteriën), en met speciale aandacht voor symbiontische organismen, zoals de arbusculaire mycorrhiza-schimmels. 
  • Het groter substaal (6 kg) werd gebruikt voor de zaadbankanalyses. Om de zaadbank van echte kamille, vogelmuur en straatgras te bepalen, spoelden we per perceel het substaal van 6 kg over een zeef van 200 µm. De restfractie (waar de onkruidzaden in zitten) werd twee dagen gedroogd, om vervolgens uitgestrooid te worden op een kiembak gevuld met potgrond. Na het aanbrengen van een dun deklaagje, plaatsten we de kiembakken in de serre. Via subirrigatie werden de bakken volgens behoefte voorzien van vocht. Tot en met het voorjaar van 2026 werd de kieming van vogelmuur, straatgras, en echte kamille opgevolgd. Op deze manier kon de zaadbankgrootte van deze onkruiden worden bepaald, uitgedrukt als het aantal levende zaden per m² in de 0-20 cm bouwvoor.

In de zomer en het najaar van 2025 werden alle deelnemende landbouwers bevraagd.

Hierbij polsten we naar de activiteiten op de bemonsterde percelen tussen 2020 en 2025. Concreet vroegen we naar volgende gegevens: teeltrotatie (+ zaai- en oogstdata), zaai-of plantdichtheden, type bodembewerking (kerend/niet-kerend), bemesting (type, dosis), groenbemesters (type, zaaitijdstip), vals zaaibed (methode) en onkruidbestrijding (type, tijdstip).

Doel was te bepalen welke teeltmaatregelen de zaadbank van winteronkruiden effectief kunnen terugdringen.

winteronkruiden 2
Figuur 1: Aanpak - Screening van 50 praktijkpercelen om na te gaan hoe bodem- en gewasbeheer over vijf jaar bijdragen aan de opbouw van winteronkruidzaadbanken.

 

Verborgen onkruiddruk verschilt sterk tussen percelen

De zaadbankgrootte varieerde sterk tussen de onderzochte percelen (Figuur 2). Op sommige percelen bleef de onkruidzaadbank beperkt (< 5.000 zaden/m²), terwijl op andere meer dan 50.000 onkruidzaden/m² werden aangetroffen. Opmerkelijk hierbij: een hoge onkruidzaadvoorraad in de bodem gaat niet noodzakelijk samen met veel winteronkruiden.

Ook het aandeel winteronkruiden (vogelmuur, echte kamille, straatgras) varieerde sterk. Sommige percelen (bv. perceel 14, 34, 50) hadden nauwelijks problemen met winteronkruiden, terwijl op andere soorten zoals straatgras (bv. perceel 1) of echte kamille (bv. perceel 22) duidelijk domineerden. De zaadbank van de overige onkruiden (100-tal soorten) bestond vooral uit knopkruid, melganzenvoet, greppelrus, herderstasje en perzikkruid.

Straatgras was op de meeste percelen veruit het dominantste winteronkruid, vaak met duizenden zaden per m². Vogelmuur kwam doorgaans in lagere aantallen voor, maar was zelden afwezig. Echte kamille ontbrak op 21 percelen, maar kon op sommige percelen sterk domineren. De sterke variatie in winteronkruidzaadbanken tussen percelen biedt interessante mogelijkheden om verbanden te leggen met het lokaal gevoerde bodem- en gewasbeheer.

winteronkruiden 3
Figuur 2: De zaadbank van echte kamille, straatgras, vogelmuur en alle overige onkruiden. Zaadbanken zijn uitgedrukt in aantal zaden per vierkante meter, in de bodemlaag 0-20 cm. Het percentage van de winteronkruiden (vogelmuur, straatgras en echte kamille) binnen de totale onkruidzaadbank is aangegeven met het cijfer boven de balken. De kleine letters onder de balken geven een indicatie van het type bedrijf (a = akkerbouwbedrijf, g = groentebedrijf, c = CSA-bedrijf, o = niet duidelijk onder te brengen in categorie).

 

Hoe de teeltrotatie winteronkruiden maakt of kraakt

Figuur 3 geeft een overzicht van de zaadbankgrootte van vogelmuur, echte kamille en straatgras in functie van het aantal jaar (in de periode 2020 t.e.m. 2024) waarin ‘breedrijige zomergewassen’ geteeld werden. De term ‘breedrijige zomergewassen’ omvat alle gewassen die in het voorjaar/zomer gezaaid of geplant worden, op een minimum rijafstand van 20 cm (schoffelbaar), waaronder aardappelen, bijna alle groenten en maïs.

Meer breedrijige zomergewassen in de rotatie betekent minder echte kamille in de zaadbank (Figuur 3). Dit kan verklaard worden doordat echte kamille vooral in het najaar kiemt en in het voorjaar tijdens de zaadbedbereiding voorafgaand aan de installatie van het zomergewas wordt bestreden vóór zaadzetting (verwacht omstreeks midden juni).

Bovendien, vermits deze zomerteelten op relatief grote rijafstand geïnstalleerd worden, zijn er ook meer fysische beheermogelijkheden om de voorjaarskiemingsgolf van echte kamille fysisch te beheersen bv. via schoffelen.

Een nauwe wintergraanrotatie werkt echte kamille in de hand: de grote najaarskiemingsgolf valt samen met wintergranen en als de onkruidsoort in het najaar niet bestreden geraakt, blijven de mogelijkheden om zaadzetting in het gewas te verhinderen beperkt.

winteronkruiden

Figuur 3: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van het aantal jaar met breedrijige zomergewassen in een 5-jarige rotatie. Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’ nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen één bepaalde onkruidsoort. 

 

Meer breedrijige zomergewassen betekent minder echte kamille in de zaadbank, maar tegelijk meer vogelmuur, een typische jaarrond kiemer (Figuur 3).

Vogelmuur ontwikkelt zich in amper 5 tot 7 weken van kieming tot zaadzetting. Deze soort vergt daarom continue aandacht, zeker in weinig competitieve breedrijgewassen. Veel breedrij-zomergewassen omvatten bovendien groenten die tot laat in het najaar op het veld blijven staan, zoals prei, wortelen, sommige koolsoorten en pastinaak, vaak ook gepaard gaand met grote rest N-voorraden. Deze teelten, en vooral die met een open bladerdek (bijvoorbeeld door langgerekte oogst) en stikstofbehoefte, bieden vestigings- en groeikansen voor vogelmuur. Dir is vooral in het najaar, wanneer effectieve onkruidbeheersing moeilijker is en vogelmuur optimale kiemingsomstandigheden aantreft, zoals voldoende vocht en temperaturen boven 2 °C. Bovendien is mechanische bestrijding van goed gevestigde vogelmuur onder vochtige omstandigheden lastig, aangezien stengelfragmenten opnieuw kunnen wortelen. In combinatie met zijn korte levenscyclus, kan vogelmuur daardoor ook tijdens zachte wintermaanden aanzienlijke zaadvoorraden opbouwen. Dergelijke teelten laten bovendien vaak geen ruimte voor de tijdige inzaai van een onkruidonderdrukkende groenbemester.

Voor straatgras dat net als vogelmuur een korte levenscyclus (6-10 weken) kent en jaarrond kan kiemen, werd evenwel geen eenduidig effect van de teeltrotatie vastgesteld.

Ploegen pakt sommige soorten harder aan

Ploegen bleek niet erg populair bij de deelnemende biotelers: op 33 van de 50 percelen werd in de periode 2020–2024 niet geploegd, terwijl slechts 6 percelen meer dan één keer werden geploegd. Nochtans kan ploegen wel bijdragen aan onkruidbestrijding.

Ploegen bleek vooral tegen straatgras effectief te zijn (Figuur 4). De gemiddelde zaadbank van straatgras daalt sterk (van grofweg 5000 naar 2000 zaden per m2) als minstens 2 keer geploegd wordt in 5 jaar, ten opzichte van een situatie zonder ploegen. Vermoedelijk door een beperkte representatie binnen deze categorie was dit verschil net niet statistisch significant.

Straatgras heeft een beperkte zaadlevensduur (doorgaans 4-6 jaar, afname met 55% per jaar zonder nieuwe zaadinput). Bij kerende bodembewerking worden vers geproduceerde zaden diep ondergewerkt, onder hun maximale kiemingszone (optimaal 0-2.5 cm, max. 5 cm). Tegen de tijd dat deze zaden opnieuw naar boven worden geploegd, heeft het merendeel zijn kiemkracht verloren.

Bij echte kamille lijkt rotationeel ploegen effectiever dan niet of frequent ploegen (Figuur 4). De zaadbank van echte kamille is immers vrij persistent, met een halvering van de zaadvoorraad pas na ongeveer 6.5 jaar en zaden die langer dan 11 jaar kiemkrachtig kunnen blijven. Begraven zaden kunnen daardoor later opnieuw naar boven worden geploegd en alsnog kiemen. Ploegen is vooral nuttig na jaren met sterke kamilleontwikkeling en hoge zaadproductie, omdat vers uitgevallen zaden diep worden ondergewerkt. Aangezien echte kamille een oppervlaktekiemer is (optimale kiemdiepte 0–1 cm; maximale diepte 2 cm), kunnen deze zaden vanuit diepere bodemlagen niet meer kiemen.

Voor vogelmuur was ook een lagere abundantie aanwezig in de zaadvoorraad naarmate vaker werd geploegd, maar de effecten waren minder sterk dan voor straatgras, wat waarschijnlijk het gevolg is van de lange zaadlevensduur (tot 24.7 jaar; jaarlijkse afname ca. 33%) (Figuur 4).

winteronkruiden 5

Figuur 4: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van het aantal keer ploegen in een 5-jarige teeltrotatie. Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’ nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen één bepaalde onkruidsoort.

 

Een vals zaaibed loont tegen ondiepe kiemers

Een vals zaaibed beoogt een gereduceerde onkruidopkomst in het gewas. Hiertoe wordt de bodem 2-4 weken voor zaai zaaiklaar gemaakt. Hierdoor worden onkruidzaden gestimuleerd om te kiemen, waarna de opgekomen zaailingen vervolgens via herhaalde brand-, schoffel- of wiedegbeurten worden gedood. Bodembewerkingen moeten voldoende oppervlakkig blijven (1.5–2.5 cm) om te vermijden dat diep begraven zaden opnieuw in kiempositie terechtkomen.

Deze techniek blijkt vooral nuttig om de zaadbank van echte kamille te reduceren (Figuur 5). Zonder toepassing van een vals zaaibed, lag de gemiddelde zaadbank van kamille boven de 2500 zaden per vierkante meter. Wanneer echter minstens 1 keer een vals zaaibed in de periode van 2020 t.e.m. 2024 werd toegepast, daalde de zaadbank tot minder dan 300 zaden per vierkante meter. Echte kamille reageert sterk op deze techniek, doordat ze als lichtkiemer erg oppervlakkig kiemt (0-1 cm) en  dankzij de penwortel heel gevoelig is voor bv. oppervlakkig rolschoffelen.

Ook de zaadbank van straatgras kan sterk dalen door regelmatig een vals zaaibed toe te passen (Figuur 5). Hoewel de verschillen niet statistisch significant waren, halveerde de zaadbank van straatgras wanneer minstens 2 keer (op 5 jaar tijd) een vals zaaibed werd aangelegd, vergeleken met een situatie zonder vals zaaibed. Ook straatgras kiemt relatief oppervlakkig (0–2.5 cm). wat de gevoeligheid voor een vals zaaibed mee verklaart.

Vogelmuur werd daarentegen nauwelijks beïnvloed door een vals zaaibed (Figuur 5). Doordat deze soort vanuit grotere diepte (0-5 cm) kan kiemen, blijven ook na ondiepe bodembewerkingen voldoende zaden in kiempositie aanwezig.

winteronkruiden 6

Figuur 5: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van het aantal keer dat een vals zaaibed aangelegd werd in een 5-jarige teeltrotatie. Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’ nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen één bepaalde onkruidsoort.

 

Arbusculaire mycorrhiza: dubbeltje op z’n kant tussen afname en stimulatie

Arbusculaire mycorrhiza (AM) zijn een belangrijke groep van schimmels in de bodem. Deze schimmels bevinden zich in en rond plantenwortels, en verhogen de beschikbaarheid van nutriënten (in het bijzonder fosfor) voor de plant. In ruil hiervoor krijgen ze suikers van de plant. Deze symbiose kan de plantensoort een competitief voordeel verschaffen ten opzichte van soorten die deze associatie niet kunnen aangaan, vooral dan in omgevingen met weinig plantbeschikbare nutriënten. Echter, niet elke plantensoort haalt evenveel voordeel uit een associatie met deze mycorrhiza. Sommige soorten zijn sterk afhankelijk van deze symbiose, terwijl andere er eerder hinder van ondervinden. Bovendien gaan bepaalde plantensoorten (bv. Brassica soorten) nooit een symbiose aan met AM mycorrhiza.

Bij echte kamille is het duidelijk dat de soort sterk profiteert van bodems met een grote hoeveelheid aan AM mycorrhiza (Figuur 6). Dit strookt met gegevens uit de literatuur, waaruit blijkt dat echte kamille voordeel haalt uit deze associatie, in het bijzonder op arme bodems.

Bij vogelmuur is het omgekeerde effect merkbaar: de zaadbank is significant hoger in bodems met weinig AM mycorrhiza.  Dit is eerder een indirecte relatie gezien deze soort geen symbiose aangaat met AM mycorrihza. Vogelmuur is een nutriëntbehoeftige snelle groeier die sterk reageert op een hoog aanbod aan vrij beschikbare nutriënten in de bodem. Dit is ook te zien in Figuur 7, waar de gemiddelde zaadbank van vogelmuur ongeveer verdubbelt in bodems met hoog gehalte aan plantbeschikbare fosforreserve (Ammoniumlactaat-P > 45 mg/100 g luchtdroge grond), in vergelijking met bodems met een lage beschikbaarheid (Ammoniumlactaat-P < 45 mg/100 g luchtdroge grond). Bodems met veel plantbeschikbare fosfor zijn onaantrekkelijk voor arbusculaire mycorrhiza.

Net als voor vogelmuur, had ook straatgras een hogere zaadbank in bodems met weinig mycorrhiza en veel plantbeschikbare fosfor (Figuur 7). Hoewel straatgras wel degelijk associaties aangaat met deze schimmels, lijkt het daarvan eerder nadelen dan voordelen te ondervinden, mogelijk doordat deze associatie gepaard gaat met een onevenredig hoog verlies aan suikers wat zich kan vertalen in een geringere zaadzetting.

winteronkruiden 7

Figuur 6: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van de concentratie arbusculaire mycorrhiza in de bodem (uitgedrukt in nmol/g droge grond). Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’ nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen één bepaalde onkruidsoort.
winteronkruiden 8

Figuur 7: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van de concentratie plantbeschikbare fosfor (Fosfor Ammonium-Lactaat, mg/100 g luchtdroge grond) in de bodem.  Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’ nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen één bepaalde onkruidsoort.

 

Hoe actinomyceten en Ca/Mg onzichtbaar uw onkruiddruk sturen

Naast de duidelijke invloed van de arbusculaire mycorrhiza, bleken ook andere vormen van bodemleven invloed te hebben op de zaadbank van winteronkruiden.

Op bodems met relatief weinig actinomyceten (< 1.3 nmol/g droge bodem) lag de zaadbank van vogelmuur ongeveer dubbel zo hoog dan op bodems met relatief veel actinomyceten (> 1.3 nmol/g droge bodem). Actinomyceten staan vooral bekend als afbrekers van relatief ‘resistente’ organische stof. Voorbeelden hiervan zijn houterig materiaal (rijk aan lignine) of het moeilijker-afbreekbare ligninerijke restproduct na eerdere afbraak van de makkelijker afbreekbare fractie van celwandbestanddelen (cellulose en hemicellulose) in een organische reststroom door bacteriën. Bij de afbraak door actinomyceten is slechts beperkt sprake van stikstofmineralisatie, en zelfs stikstofimmobilisatie is mogelijk. Deze omstandigheden zijn ongunstig voor vogelmuur, dat vooral nood heeft aan snel beschikbare nutriënten om zijn snelle groei te ondersteunen.

Nutriënten sturen winteronkruiden niet alleen rechtstreeks via de voedselbron; ze doen dit ook indirect via de bodemstructuur. Een sprekend voorbeeld hiervan is de verhouding tussen calcium en magnesium (Ca/Mg-ratio) in de grond. Lage verhoudingen zijn geassocieerd met een groot aandeel fijnere bodemporiën en een hogere gevoeligheid aan verslemping, terwijl hogere verhoudingen doorgaans leiden tot een meer open en stabielere bodemstructuur.

De impact van de Ca/Mg-ratio op echte kamille is enorm. In bodems met een lage verhouding (ratio < 10) telt de zaadbank gemiddeld meer dan 3.000 zaden per m². Bij een hogere, gunstigere verhouding (ratio > 10) daalt die druk spectaculair en blijft de teller steken onder de 1.000 zaden per m². Dit enorme verschil heeft alles te maken met de overlevingsstrategie van de plant. Echte kamille heeft een competitief voordeel op verslempte gronden. Het is een echte opportunist: dankzij haar fijne, oppervlakkige wortelstelsel houdt de plant prima stand in een dichtgeslagen bodem, waar dieper wortelende soorten het al snel moeilijk krijgen wegens zuurstofgebrek.

Niet elke management- of bodemfactor heeft een duidelijke impact op winteronkruiden

Zoals eerder aangehaald, wordt de zaadbank van de drie winteronkruiden (vogelmuur, straatgras en echte kamille) beïnvloed door diverse parameters. Echter, niet elke management- of bodemparameter in ons onderzoek had een duidelijke invloed op de zaadbank van deze onkruiden. Zo bleek er geen duidelijk verband te zijn tussen de drainageklasse van een perceel en de zaadbank van deze winteronkruiden. Dit betekent dat deze onkruiden geen voorkeur vertonen voor percelen die van nature goed (of juist slecht) afwateren.

De snelheid waarmee nutriënten uit bemesting vrijgesteld worden, bleek ook geen invloed te hebben op de zaadbank van winteronkruiden. Concreet deelden we de percelen in volgens het type bemesting: ‘trage bemesting’ (bv. stalmest, compost, etc.) versus ‘snelle bemesting’ (bv. drijfmest, biomix, etc.). Zowel bij vogelmuur, echte kamille als straatgras was de gemiddelde zaadbank min of meer gelijkaardig op beide groepen van percelen. Ook het organische stof gehalte in de bodem beïnvloedde de zaadbank van deze winteronkruiden niet éénduidig. 

Tenslotte werden, naast de arbusculaire mycorrhiza en de actinomyceten, ook nog enkele andere aspecten van het bodemleven geanalyseerd, waaronder de fungi/bacteriën verhouding. Hoge verhoudingen zijn doorgaans geassocieerd met stabiele bodems die weinig bewerkt worden. Theoretisch gezien zou je dus kunnen verwachten dat bepaalde onkruiden dominanter worden op bodems met een hoge fungi/bacteriën verhouding. Echter, in onze analyse bleek deze verhouding geen duidelijke invloed te hebben op de zaadbank van de winteronkruiden.

Gericht onkruidbeheer loont: de juiste aanpak per soort

Vogelmuur gedijt vooral op percelen met een hoog aandeel laat geoogste groenteteelten in de rotatie. Afwisseling met vroeger geoogste gewassen (bv. wintergranen of snel sluitend voorjaarsgewas), gevolgd door een tijdige inzaai (juli-augustus) van een competitieve groenbemester, helpt de druk te verlagen. Daarnaast is terughoudend bemesten belangrijk, vooral met meststoffen die rijk zijn aan snel plantbeschikbare nutriënten, in het bijzonder fosfor.

Echte kamille blijkt sterk beïnvloedbaar door beheersmaatregelen. Het gebruik van een vals zaaibed – zelfs sporadisch – kan de zaadbank al merkbaar terugdringen. Ook beperkte kerende bodembewerking (enkel na jaren met hoge zaadproductie) en een doordachte rotatie met minder wintergewassen dragen bij tot verdere reductie. Mogelijk kan een vroegere zaai in combinatie met intensieve mechanische onkruidbeheersing in het najaar, het negatieve effect van wintergranen op de zaadvoorraad van echte kamille milderen. Echte kamille manifesteert zich minder in nutriëntenrijkere bodems met een lagere aanwezigheid van arbusculaire mycorrhizaschimmels en op weinig slempgevoelige bodems gekenmerkt door een gunstige Ca/Mg verhouding (>10) en stabiele bodemstructuur. Echte kamille is een opportunist, die dankzij zijn fijn oppervlakkig wortelstelsel prima overleeft op verslempte bodems.

echte kamille

Straatgras kan snel in grote aantallen voorkomen in de zaadbank, ongeacht het type teeltrotatie. Door de beperkte levensduur van de zaden is de soort heel gevoelig voor regelmatige kerende bodembewerking. Verdere reductie is mogelijk via herhaald gebruik van een vals zaaibed. Ook het bevorderen van een actief bodemleven remt straatgras.  Bodems met een hogere aanwezigheid van arbusculaire mycorrhizaschimmels en actinomycetes zijn weinig aantrekkelijk voor straatgras gezien deze bodems geassocieerd worden met geringere hoeveelheden  plantbeschikbaar fosfor en stikstof. Voor een gunstig bodemleven kan maar beter niet overdreven worden met het aantal kerende of intensieve, diepe, niet-kerende bodembewerkingen. Straatgras groeit namelijk snel en heeft een zeer ondiep wortelstelsel. Hierdoor is de plant extreem afhankelijk van een snelle en grote opname van direct beschikbare nutriënten in de toplaag. Ploegen is weliswaar gunstig om de zaadvoorraad te reduceren, maar dit gebeurt dus best niet te frequent. Zo voorkomt u een haperend of 'lui' bodemleven.

straatgras

Meer info?
joran.barbry@inagro.be

 

Proef uitgevoerd in kader van het bio onderzoeksproject “Winteronkruiden proactief aanpakken in biologische akkerbouw en groenteteelt”, met financiële steun van het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij van Vlaanderen.

Related projects
Winteronkruiden proactief aanpakken in biologische akkerbouw en groenteteelt

Search per category

ruminants
poultry
pigs
pome fruit
soft fruit
arable land
protected crops
herbs
flowers
vegetables
soil fertility
biodiversity
energy
research & policy
project calls

Calendar

Studiereis hazelnotenteelt naar Duitsland
08/09/2026
Kansen voor structurele samenwerking tussen landbouw en natuur op gebiedsniveau met boerderijcompostering
14/09/2026
Workshop Community building voor agroforestry-project
14/09/2026
Netwerkdag & beurs 'Techniek in bio tuinbouw'
16/09/2026
Biovelddag Inagro
07/10/2026
Studiereis 2026: herfstbezoek aan Zwitserland
20/10/2026
› meer activiteiten

website by startx

CCBT vzw
Tel: +32 9 331 60 85
Mail: info@ccbt.be
Schaessestraat 18, 9070 Destelbergen

Footer-menu

  • News
  • About
  • Research Centres

Met de steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid.

Home
  • News
  • Calendar
  • Themes
    • Afdekmaterialen
    • Handelsmeststoffen
    • Irrigatie
    • Mechanische onkruidbeheersing
    • Plagen & ziekten
  • Projects
  • Research Centres
  • Research database
  • About
  • Contact
  • Log in