Onderzaai in groenten: eerste bevindingen uit demonstratieproeven
Planten voeden de bodem (of het bodemleven) via hun wortelexudaten. Een diverse plantengroei (gewassen, groenbedekkers, …) is daarom belangrijk. Dit is een van de principes van Regeneratieve Biologische Landbouw. Met het EIP-project “Groen-te-len” willen we praktische handvaten ontwikkelen om dit concept toe te passen binnen een intensief biologisch groenteteeltsysteem. Daarvoor worden twee innovatieve en participatieve trajecten ontwikkeld:
- Het onderzaaien van (diverse) groenbedekkers in groenten.
- Het jaarrond groen houden van de teeltpaden/tractorsporen.
Via een combinatie van praktijkproeven op deelnemende bedrijven (10 CSA-telers) en een aantal praktische demonstratieproeven bij Inagro willen we participatief onderzoeken welke groenbedekkers onder welke omstandigheden en in welke groenteteelten tot een succesvolle aanpak kunnen leiden. Het doel is om de bodem zo veel én zo divers mogelijk te bedekken, met minimale impact op de gewasontwikkeling en opbrengst.
In dit artikel presenteren we de resultaten van de eerste ondersteunende demonstratieproeven van Inagro uit 2025. Het volledige rapport kan je hier nalezen.
We onderzochten het tijdstip van onderzaai en de keuze van de groenbedekker (puur of mengsel). Hoe groeit de groenbedekker, welke impact heeft het op het hoofdgewas, welke soorten zijn dominant in de mengsels en in welke mate concurreren de groenbedekkers met onkruiden?
2025 was uitzonderlijk droog en kende een neerslagtekort. Vooral augustus viel op door droogte, wat de prestaties van de onderzaaitechniek in het algemeen bemoeilijkte. Irrigeren van de groenten ondersteunde tegelijk ook de kieming en groei van de ondergezaaide groenbedekkers. Dit – samen met andere factoren zoals de zaaidatum – kan verklaren waarom er geen (negatieve) correlatie werd vastgesteld tussen de ontwikkeling van het hoofdgewas en die van de groenbedekker.
Irrigatie in combinatie met een vroege zaai (begin augustus) zorgde voor een succesvolle vestiging en ontwikkeling van de meeste groenbedekkers die onder de knolselder werden ingezaaid. Van alle behandelingen leverde de puur ingezaaide phacelia de hoogste biomassa op (2,1 ton DS/ha), gevolgd door het zuiver ingezaaide vlas (gemiddeld 1,9 ton DS/ha) en het Green Carbon Fix-mengsel (1,2 ton DS/ha). Phacelia en vlas zijn snelgroeiende, niet-vlinderbloemige soorten en profiteerden waarschijnlijk van de relatief hoge stikstofbeschikbaarheid op het perceel.
Verschillende groenbedekkermengsels vertoonden een hoge soortenrijkdom, maar hun totale biomassaproductie bleef doorgaans lager dan die van sommige puur ingezaaide planten. In veel mengsels domineerden klaversoorten, zoals witte klaver. Grassen vestigden zich eveneens goed tussen de andere soorten, zonder dominant te worden. Hoewel niet overheersend, droegen soorten zoals wikke, vlas, boekweit en serradella wel positief bij aan de soortenrijkdom en voegden ze extra functionele waarde toe aan de mengsels.
Late onderzaai in knolselder (begin september), zonder het zaad in te werken, resulteerde gemiddeld in 95% minder biomassa dan vroege onderzaai. Bovendien waren de verschillen in vestiging en groei tussen vanggewassoorten groot. Zelfs onder deze omstandigheden produceerde puur ingezaaide phacelia nog steeds de hoogste biomassa (0,07 ton DS/ha), al waren de planten meer verspreid. Klavers leverden dan wel niet de hoogste biomassa, maar vestigden zich als talrijke kleine plantjes die de bodem relatief goed bedekten. Daardoor speelden klavers een sleutelrol in de bodembedekking bij de oogst en bepaalden ze grotendeels het bedekkingsvermogen van de best presterende mengsels.
Onderzaai in witte kool bleek uitdagender dan in knolselder. Vermoedelijk zorgden een hoge onkruiddruk en sterke concurrentie van het koolgewas ervoor dat de eerste zaai (begin juli) minder goed ontwikkelde, wat tegelijk het voordeel van op klaver gebaseerde mengsels onderstreepte. Witte kool vormt een dichter bladerdek dan knolselder, waardoor de lichtbeschikbaarheid voor ondergezaaide planten nog beperkter wordt. Het Rode klaver-mengsel presteerde het best (0,43 ton DS/ha), gevolgd door puur ingezaaide inkarnaatklaver (0,38 ton DS/ha) en de Optima Food Forest-mix (0,33 ton DS/ha). Deze resultaten werden deels verklaard door de aanwezigheid van goed ontwikkelende, winterharde klavers zoals rode klaver, witte klaver (micro-klaver) en inkarnaatklaver. Om onbekende redenen mislukte de vestiging van puur ingezaaide phacelia in witte kool volledig.
Een bijkomende schoffelbeurt kort na de onderzaai verlaagde de onkruiddruk tussen de koolrijen, maar verminderde tegelijk de bodembedekking. Daardoor mislukte de tweede zaai (midden juli) grotendeels. Alleen de winterharde ‘Groen telen-project’-mengeling – waarin de vlinderbloemige serradella sterk aanwezig was – en de puur ingezaaide serradella ontwikkelden zich onder deze omstandigheden nog relatief goed.
Meer info?
jasper.vanbesien@inagro.be
Onderzoek uitgevoerd in het kader van de EIP-operationele groep “Groen-te-len’’: groenbedekkers onder biologische groenteteelten, met financiële steun van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en de Europese Unie.
| Attachment | Size |
|---|---|
| Report first year_Groen Telen project_undersowing_Inagro_2025.pdf | 6.07 MB |