Vergelijk geen appels met peren, wat fruitmot betreft
Om fruitmot (Cydia pomonella) succesvol te bestrijden, moeten we de dynamiek van fruitmotten doorgronden. Het CCBT-project Dynamot speelt in op de toenemende uitdaging van de vruchtborende rupsen in biologisch hardfruit. Dankzij gerichte monitoring, diagnostiek en evaluatie van verschillende feromoondoppen willen we meer inzicht krijgen in die verandering en de biologische beheersing verder verfijnen. Dit eerste jaar lag de focus op het monitoren van een aantal biologische appel- en perenpercelen en het verzamelen van fruitmotten.
Op een aantal biologisch beheerde pitfruitbedrijven nam fruitmotschade bij appel en peer de voorbije jaren toe (Foto 1). Daarom gingen we op verschillende locaties de dynamieken van fruitmot na.

We vergeleken de efficiëntie van de Combo-dop met CM4K (MEGALURE CM DUAL 4K). De Combo-dop (Foto 2) bevat het seksferomoon (codlemone) en een plantenlokstof (kairomoon), nl. peerester, die zowel mannetjes als vrouwtjes aantrekt. CM4K (Foto 3) is een nieuwe formuleringsmatrix die drie plantenlokstoffen bevat en die gecombineerd wordt met een aparte dispenser met azijnzuur. In totaal werkten tien biologische pitfruittelers mee aan de monitoring. We hingen verschillende vallen (uitgerust met Combo en/of CM4K) uit vanaf half april tot de tweede helft van september in appel- en perenpercelen en volgden die wekelijks op. De vallen werden omhoog gehangen in de percelen met de hoogste druk. In het merendeel van die percelen werd feromoonverwarring toegepast en de resultaten die je hier leest, zijn enkel uit de feromoonverwarde percelen. In alle vallen werden de feromoondoppen telkens na zes tot acht weken vervangen.


Opvallende verschillen tussen appel en peer
Figuur 1 geeft de resultaten weer voor alle vallen, zowel die uitgerust met Combo als CM4K. We maken daarbij een onderscheid tussen de fruitmotvangsten in appel en die in peer. In appel start de vlucht iets eerder dan in peer (eerste valvangsten in verwarde percelen 24/4 vs. 30/4 in respectievelijk appel en peer) en eindigt ze ook iets later (laatste valvangsten 18/9 vs. 13/9 in respectievelijk appel en peer).

Verder zien we in beide pitfruitteelten het fruitmotkenmerkend onregelmatig vluchtpatroon met doorheen het seizoen diverse pieken van valvangsten. Hoewel gemiddeld de hoogste valvangsten voor zowel appel als peer in de maand juli gebeurden, is er een duidelijk en opvallend verschil in vluchtdynamiek doorheen het seizoen. Daar waar in appel al relatief veel vluchtactiviteit is gedurende mei en juni, blijven de vangsten in peer achter totdat ze een zeer sterke stijging inzetten vanaf de tweede helft van juni.
Dat zien we ook terugkomen in de rode en groene lijn, waarin het aantal gevangen fruitmotten per val telkens is opgeteld (cumulatief) en uitgezet in percentage t.o.v. het totaal aantal gevangen fruitmotten aan het einde van het seizoen. Dat toont een toch wel verrassend groot verschil in fruitmotvluchtdynamiek tussen appel en peer.
Meer vangsten met nieuwe CM4K
In Figuur 2 lees je de verschillen in vangsten tussen de vallen met Combo-doppen en de nieuwe CM4K-lokstof. We vingen consequent gemiddeld meer fruitmotten met CM4K. Doorheen mei en juni zijn er slechts kleine verschillen, maar vanaf einde juni (in aanwezigheid van meer concurrerende geurstoffen van rijpend fruit) is de CM4K-lokstof duidelijk veel beter in staat om fruitmotten naar de val te lokken dan de Combo-dop. Als we enkel de resultaten in peer in beschouwing nemen (Figuur 3) wordt die trend nog opvallender, met ook duidelijkere verschillen bij de lage vangsten in de eerste seizoenshelft en zeer grote verschillen vanaf eind juni.


Besluit
Er blijkt een opvallend en belangrijk verschil in de vluchtdynamiek van fruitmot tussen appel- en perenboomgaarden. Het merendeel van de vangsten (en vluchtactiviteit) is in peer relatief later in het seizoen (vanaf de tweede helft juni) dan in appel. Die verschillen komen duidelijker tot uiting wanneer de CM4K-lokstof (met verschillende kairomonen) wordt gebruikt. De verschuiving vraagt om een aangepast virusschema, gezien de piek van peer later valt dan die van appel. We gaan nog twee jaar verder met dit onderzoek. 2026 en 2027 beloven alvast twee interessante jaren te worden om de tendens verder op te volgen.
Met dank aan de telers die hielpen bij de monitoring.
Meer info?
renske.petre@pcfruit.be
