/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Geïntegreerde biologische aanpak van wortelvlieg

Wortelvliegen zijn geen onbekende gasten voor wortel, pastinaak en knolselder telers. De larven vreten aan de wortels of knollen vanaf mei of juni tot november in drie opeenvolgende generaties. Bij hoge druk kan de schade van de wortelvlieg oplopen tot meer dan 50% economisch opbrengstverlies. Op kleinschalige biologische percelen is er omwille van een aantal inherente factoren altijd een hoog risico op schade door wortelvlieg zodat controlemaatregelen noodzakelijk zijn. 

De aanwezigheid van wortelvliegen op een perceel kan worden opgevolgd met behulp van gele vangplaten. Op die manier kunnen de vluchten worden gesignaleerd op elk individueel perceel. In de gangbare teelt vormt deze techniek de basis voor het geleide bestrijdingssysteem van wortelvlieg. Op die manier worden insecticiden heel gericht en enkel indien nodig ingezet. In de biologische teelt zijn er echter geen efficiënte middelen voor bestrijding van de vliegen beschikbaar. Biologische telers zijn daarom aangewezen op andere, preventieve controlemaatregelen. 

Eén van de meest efficiënte biologische controlemethoden is het afdekken van het gewas met insectengaas of klimaatnet. Een aandachtspunt hierbij is dat het gewas afgedekt moet zijn vóór de eerste vliegen verschijnen en gedurende de hele periode dat de vliegen actief zijn. Telers die gebruik maken van deze techniek weten dat ze bij zaai in april - mei wortelen vanaf opkomst moeten afdekken. Vanaf wanneer het veilig is om de afdekking te verwijderen, weet men meestal niet. De monitoring met behulp van gele vangplaten kan hiervoor een goed hulpmiddel zijn. Op die manier kan men de afdekperiode beperken, wat van belang is gezien de afdekking regelmatig verwijderd moet worden voor een goede onkruidbestrijding.

Ook voor andere maatregelen zoals het aanpassen van de zaai-, plant- of oogstdata, is het nuttig de vluchten van de wortelvlieg op het perceel te monitoren gedurende het seizoen. Toch wordt dit nog weinig of niet toegepast in de bioteelt. Om het monitorsysteem voor wortelvliegen beter bekend te maken bij de biotelers, wil Inagro in 2015 en 2016 een 15-tal telers begeleiden bij de monitoring op hun percelen. De begeleiding omvat o.a. het leveren en plaatsen van de vallen, het leren herkennen van de wortelvlieg op de vangplaten en het verlenen van advies over de mogelijke beheersmaatregelen op het bedrijf. Op minimaal vijf betrokken bedrijven waar ieder jaar schade door wortelvlieg voorkomt, wordt een geschikte beheersstrategie uitgewerkt, opgevolgd en gedemonstreerd. 

Deze acties kaderen in het demoproject ‘BIOROOTS’ met financiële steun van de Vlaamse Overheid en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. 

Heeft u ook problemen met wortelvlieg en wil u graag deelnemen aan het project, neem dan contact op met Femke Temmerman van Inagro: femke.temmerman@inagro.be of  tel. 051/27 32 53 


Image

 
groenten