/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Naar kiemvrije bedrijfseigen biest als noodzakelijke hefboom voor een gezonde opfok

Jo Vicca (Odisee)

De ziekten ‘capriene arthritis en encefalitis (CAE)’, ‘caseuze lymfedenitis (CL)’ en paratuberculose (paraTBC) vormen de belangrijkste reden waarom bedrijfshouders op melkgeitenbedrijven ervoor kiezen geen bedrijfseigen biest aan hun lammeren te geven. Deze biest is nochtans heel belangrijk voor een gezonde start van de opfok van een lam. Ondanks de belangrijkheid van deze 3 ziekten, is er op dit moment weinig inzicht in de mate van voorkomen van deze ziektes op de biologische én gangbare Belgische melkgeitenbedrijven. Met het financieren van een onderzoeksproject gaf het Departement Landbouw en Visserij aan de hogeschool Odisee de opdracht hier verandering in te brengen. Voor het uitvoeren van het onderzoek en de noodzakelijke analyses kan de hogeschool rekenen op verschillende partners, Sciensano; DAP Lintjeshof, Wim Govaerts, ILVO en Johan Devreese – Bio-adviseur en coördinator Biobedrijfsnetwerk melkgeiten.

Hoe krijgen we een beter inzicht in het voorkomen van deze 3 ziekten en wat doen we met dat inzicht?

Tijdens het voorjaar van 2018 werden ruim 600 bloed- en melkstalen genomen op 11 Vlaamse biologische melkgeitenbedrijven om de prevalentie van CAE, CL en paraTBC te bepalen. Gekoppeld aan deze staal name werd een risicoanalyse, die polst naar wegen voor insleep van ziekten en ziektespreiding, afgenomen. Op basis van de bedrijfsprevalentie en de voorkomende risicofactoren zullen dan, in samenwerking met gezondheids- en managementspecialisten in de melkgeitenhouderij, managementaanbevelingen worden geformuleerd om op termijn CAE, CL en paraTBC te reduceren/te elimineren op de deelnemende bedrijven.

Is bloedname een noodzaak voor het bepalen van de bedrijfsprevalentie voor CAE of kan het ook minder invasief?

Tijdens het terugdringen van ziekten, is betrouwbare diagnostiek een noodzakelijke tool. Uitgaande van serum is de diagnostiek (ELISA en PCR) gevalideerd, maar dit vereist telkens een invasieve bloedname. Daarom wordt de diagnostiek voor CAE op melk als snelle techniek om de aanwezigheid van CAE op bedrijf te bepalen gevalideerd. Er zal geëvalueerd worden of het gebruiksgemak van melk als diagnostisch staal opweegt ten opzichte van een mogelijk verlies in sensitiviteit en specificiteit in vergelijking met diagnostische testen op bloedstalen.

Wat met uitscheiding van deze ziekteverwekkers in de biest en kunnen we deze agentia vernietigen zonder antistoffen en immuuncellen in de biest te vernietigen?

Als derde onderdeel binnen dit onderzoeksproject wordt er gezocht naar op het bedrijf toepasbare, praktische methodieken voor het CAEV-, C. pseudotuberculosis- en MAP-vrij maken van geitenbiest. Dit moet het mogelijk maken dat de geitenhouders opnieuw bedrijfseigen biest aan hun lammeren durven geven.

Het project loopt over de periode 1 maart 2018 – 30 november 2019 en ontvangt financiële steun van de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij.

Meer info:
Jo Vicca, jo.vicca@odisee.be

herkauwers